Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 3.85 VB

Geldt sinds 1 maart 2016

  1. 1

    De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de vreemdeling en degene bij wie hij als gezinslid verblijft gezamenlijk zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a.

  2. 2

    De aanvraag wordt evenmin op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid verblijft de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:8711Rechtbank Den Haag, 1 augustus 2017 (vreemdelingenrecht)

    Arbeid als zelfstandige

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:17147Rechtbank Den Haag, 29 december 2016 (vreemdelingenrecht)

    Intrekking verleende verblijfvergunning, beroep deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:RVS:2007:BB1415Raad van State, 12 juli 2007 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verlening verblijfsvergunning regulier / middelenvereiste / middelen van bestaan van de vreemdeling Niet in geschil is dat de minister de door de vreemdeling ingediende aanvraag om wijziging…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.