Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 6.5 VB

Geldt sinds 1 maart 2016

  1. 1

    Tegen een vreemdeling wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien een redelijke termijn als bedoeld in artikel 3.82 nog niet is verstreken na afloop van het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, of als Nederlander.

  2. 2

    Tegen een vreemdeling wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien deze: a.als slachtoffer of getuige in aanmerking komt voor bedenktijd voor de aangifte van mensenhandel of mensensmokkel; b.als slachtoffer- of getuige-aangever in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; c.als slachtoffer van huiselijk geweld van de persoon bij wie eerder verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c dan wel e of l, van de Wet was toegestaan of als slachtoffer van eergerelateerd geweld in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; d.als echtgenoot, partner of minderjarig kind in het land van herkomst is achtergelaten door de persoon bij wie eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c dan wel e, of l, van de Wet was toegestaan, en op die grond in aanmerking komt voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; e.in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond dat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; f.minderjarig is; of g.in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, of niet wordt uitgezet om reden dat diens uitzetting in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of genoemd Besluit nr. 1/80.

  3. 3

    Het inreisverbod wordt opgeheven, indien zich een van de gevallen, bedoeld in het tweede lid, voordoet.

  4. 4

    Van het eerste tot en met derde lid kan worden afgeweken ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.

  5. 5

    Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen worden aangewezen waarin het inreisverbod om humanitaire of andere redenen achterwege wordt gelaten dan wel wordt opgeheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:2636Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2015 (strafrecht)

    Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na inreisverbod. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat het tegen verdachte uitgevaardigde inreisverbod in strijd is met het Europees Unierecht. De HR…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2637Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2015 (strafrecht)

    Veroordeling ex art. 197 Sr: verblijf in NL na ongewenstverklaring. Verwerping van ttz. gevoerd verweer dat die ongewenstverklaring in strijd is met destijds geldende wet- en regelgeving. De HR…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:12708Rechtbank Den Haag, 15 juli 2025 (vreemdelingenrecht)

    Inreisverbod / familie- en privéleven onvoldoende onderbouwd / ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:5599Rechtbank Den Haag, 3 april 2025 (vreemdelingenrecht)

    Terugkeerbesluit en inreisverbod van 10 jaar, uitgezet, wel procesbelang, werkelijk, actueel en voldoende ernstig gevaar voor openbare orde, geen strijd met artikel 8 EVRM en evenredigheid, beroep…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:5641Rechtbank Den Haag, 18 april 2024 (vreemdelingenrecht)

    TKB. IRV. Suriname. Opleggen zwaar inreisverbod. Actueel en ernstig gevaar voor de openbare orde. ISD-maatregel. 8 EVRM. Ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:7074Rechtbank Den Haag, 4 april 2024 (vreemdelingenrecht)

    Inreisverbod na overschrijding vrije termijn. Feitelijk verblijf in Spanje. Ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:14919Rechtbank Den Haag, 20 september 2022 (vreemdelingenrecht)

    asiel, onverwijld melden, documenten, relaas ongeloofwaardig geacht, beroep ongegrond

  • ECLI:NL:RBNNE:2022:2323Rechtbank Noord-Nederland, 30 mei 2022 (vreemdelingenrecht)

    De werking van het terugkeerbesluit en het inreisverbod kunnen gedurende het rechtmatig verblijf van eiser op grond van het EU-recht niet worden opgeschort. De werking van het terugkeerbesluit en het…

74 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.