Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 5.8 VB

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    Voordat de vreemdeling op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet in vreemdelingenbewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring gehoord.

  3. 3

    Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt.

  4. 4

    Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:5695Raad van State, 24 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 20 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23405Rechtbank Den Haag, 20 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring – geen gehoor – ongegrond).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.