Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 2.11 VB

Geldt sinds 19 september 2018

  1. 1

    De toegang wordt geweigerd op grond van artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet, indien de vreemdeling niet voldoet aan de door de ambtenaar belast met grensbewaking gestelde voorwaarde om zekerheid te stellen voor de kosten van verblijf in Nederland en voor de kosten van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang gewaarborgd is.

  2. 2

    De zekerheid, bedoeld in het eerste lid, kan bestaan uit: a.het deponeren van een retour-passagebiljet; b.het deponeren van een garantiesom, c.het stellen van een bankgarantie, of d.een garantstelling door een derde die daartoe solvabel is.

  3. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.

  4. 4

    De in het eerste lid bedoeld voorwaarde om zekerheid te stellen voor de kosten van verblijf in Nederland en voor de kosten van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toegang is gewaarborgd, kan, op grond van artikel 6, vierde lid, van de Schengengrenscode, ook worden gesteld ten aanzien van een onderdaan van een derde land die toegang vraagt voor een verblijf voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

  5. 5

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de zekerheidstelling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2013:16023Rechtbank Den Haag, 26 november 2013 (vreemdelingenrecht)

    Eiseres heeft een aanvraag ingediend om verlening van een visum kort verblijf voor familiebezoek. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat deze niet aangetoond acht dat eiseres over voldoende…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7450Rechtbank 's-Gravenhage, 28 mei 2009 (vreemdelingenrecht)

    Visum kort verblijf / middelen van bestaan / toetsingskader Zoals blijkt uit het derde lid van de SGC in samenhang gelezen met hoofdstuk V van de GVI geldt als uitgangspunt bij de beoordeling van…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0314Rechtbank 's-Gravenhage, 26 maart 2009 (vreemdelingenrecht)

    Eiser is geboren op [geboortedatum] 1987 en van Srilankaanse nationaliteit. Eiser heeft op 15 januari 2008 bij de Nederlandse ambassade in Colombo een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf.…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3841Rechtbank 's-Gravenhage, 18 februari 2009 (vreemdelingenrecht)

    In geschil is de vraag of de zinsnede ‘garantstellingsverklaringen van de gastheer/-vrouw als gedefinieerd in nationale wetgeving’ in artikel 5, derde lid, van de SGC zo kan worden uitgelegd dat het…

  • ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1527Rechtbank 's-Gravenhage, 25 juli 2003 (vreemdelingenrecht)

    Visum / middelenvereiste / garantverklaring. Eiser heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd in het kader van familiebezoek. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat referent niet over…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.