Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 3.71a VB

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    Een vreemdeling beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder h, van de Wet, indien hij binnen één jaar direct voorafgaand aan de aanvraag om de machtiging tot voorlopig verblijf het basisexamen inburgering, bedoeld in artikel 3.98a, met goed gevolg heeft afgelegd.

  2. 2

    De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder h, van de Wet, indien de vreemdeling: a.in Nederland wil verblijven als gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning asiel of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen indien op het aan de vreemdeling verschafte document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Wet is geplaatst; b.ingevolge de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte heeft voldaan aan een inburgeringsvereiste om de status van langdurig ingezetene in de zin van richtlijn langdurig ingezetenen te verkrijgen; c.gelet op bijzondere individuele omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij handhaving van de verplichting om het basisexamen inburgering met goed gevolg af te leggen, onmogelijk of uiterst moeilijk zijn recht op gezinshereniging kan uitoefenen.

  3. 3

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onderdelen a en b, en bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onderdeel c.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2015:3656Raad van State, 19 november 2015 (vreemdelingenrecht)

    Bij verwijzingsuitspraak van 1 april 2014 in zaken nrs. 201211916/1/V2 en 201300404/1/V2 heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de…

  • ECLI:NL:RVS:2014:1196Raad van State, 1 april 2014 (vreemdelingenrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0453Rechtbank 's-Gravenhage, 31 maart 2011 (vreemdelingenrecht)

    Prejudiciële vragen / Aanvraag om verlening van een mvv, voor verblijf bij echtgenoot / basisexamen inburgering buitenland/ Artikel 7 Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van de Europese Unie van 22…

  • ECLI:NL:RVS:2008:BG6209Raad van State, 2 december 2008 (vreemdelingenrecht)

    Mvv-aanvraag / afwijzing / niet voldaan aan inburgeringsvereiste De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder h, van…

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9559Rechtbank 's-Gravenhage, 10 april 2008 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het doel verblijf bij echtgenoot. Verzoekster heeft het basis examen inburgering niet afgelegd. Vraag of sprake is van een blijvende belemmering om…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.