Huidige tekst
Artikel 4.29 VB
- 1
De ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, stellen in het reis- en identiteitspapier van een vreemdeling aantekeningen omtrent: a.aanmelding of vervoeging bij de korpschef; b.de woon- of verblijfplaats binnen Nederland en vertrek naar het buitenland; c.het opleggen van een individuele verplichting tot periodieke aanmelding overeenkomstig artikel 54, derde lid, van de Wet; d.het beperken van de vrijheid van beweging overeenkomstig artikel 56 van de Wet; e.vertrek of uitzetting uit Nederland; f.ongewenstverklaring; g.de datum en plaats van inreis in Nederland, en h.vervallen door vernummering; i.vervallen door vernummering; j.het inreisverbod.
- 2
Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in het reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening wordt door de ambtenaar die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien.
- 3
In afwijking van het eerste lid kan een aantekening op een aan de vreemdeling te verstrekken afzonderlijk inlegblad worden gesteld, indien: a.het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling zich niet voor het stellen van een zodanige aantekening leent; b.de vreemdeling houder is van een buitenlands vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort; c.de vreemdeling geen geldig document voor grensoverschrijding heeft, of d.de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, b, c of d, en niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.