Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 4.21 VB

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    Als documenten in de zin van artikel 50, eerste lid, laatste volzin, van de Wet, worden aangewezen: a.voor vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model is vastgesteld bij ministeriële regeling; b.voor vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8 onder e, van de Wet: een geldig nationaal paspoort of geldige identiteitskaart, indien zij de nationaliteit van een staat bezitten als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, of, indien zij een zodanige nationaliteit niet bezitten: 1°. een geldig nationaal paspoort met een voor inreis benodigd visum, indien na inreis nog geen 90 dagen zijn verstreken; 2°. een geldig nationaal paspoort met een stempel van de inreis, indien voor inreis geen visum benodigd is en na inreis nog geen 90 dagen zijn verstreken; 3°. een geldig nationaal paspoort met een door de bevoegde autoriteiten afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 8.13, vierde lid, indien na afgifte van de verklaring nog geen zes maanden zijn verstreken; of 4°. een door de bevoegde autoriteiten afgegeven verblijfsdocument als bedoeld in artikel 8.13, vijfde lid, dan wel artikel 8.20, eerste lid; c.voor vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel hebben ingediend, dan wel verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel m, van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling; d.voor vreemdelingen, anders dan bedoeld onder c, die rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f, g, h, j of k, van de Wet hebben en die niet beschikken over een ingevolge de Wet vereist geldig document voor grensoverschrijding: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, dat kan worden voorzien van een inlegvel als bedoeld in artikel 4.29, derde lid, waarop de verblijfsrechtelijke positie is aangetekend; e.voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang tot Nederland vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum is aangetekend of waarin een aantekening omtrent de verblijfsrechtelijke positie is geplaatst.

  2. 2

    Geen document, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt verstrekt aan kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, tenzij zij er naar het oordeel van Onze Minister een redelijk belang bij hebben in het bezit van zulk een document te worden gesteld.

  3. 3

    Op het ingevolge het eerste lid, onder a tot en met d, afgegeven document wordt aangetekend of het de vreemdeling toegestaan is arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is vereist.

  4. 4

    Indien aan het verblijf in Nederland van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen een beperking als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, is verbonden, wordt op het document de aantekening «beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht» gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:969Parket bij de Hoge Raad, 31 augustus 2021 (strafrecht)

    Identiteitsbewijs ex art. 231 Sr. Art. 1 Wet op de Identificatieplicht. Art. 2 Paspoortwet. Is de valse Iraakse identiteitskaart een identiteitsbewijs a.b.i. art. 231 Sr? Blijkens de MvT bij de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:28211Rechtbank Den Haag, 25 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenbewaring – gronden betwist – lichter middel – zicht op uitzetting – beroep ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:28196Rechtbank Den Haag, 25 september 2026 (vreemdelingenrecht)

    vreemdelingenbewaring; artikel 59b Vw 2000; gebrek in het voortraject; grondslag van de maatregel; gronden van de maatregel; lichter middel; ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23380Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring, artikel 59b, geen gebrek in voortraject, ambtshalve toets, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14809Rechtbank Den Haag, 22 mei 2026 (vreemdelingenrecht)

    Eiser is afkomstig uit Algerije. Hij heeft een asielaanvraag ingediend. Hij stelt dat een drugsdealer in 2017 door eisers toedoen in de gevangenis is beland. Bij terugkeer naar Algerije vreest eiser…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:8541Rechtbank Den Haag, 10 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    Eerste beroep bewaring – misbruik van bevoegdheid – beroep ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:5988Rechtbank Den Haag, 18 maart 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring, gronden maatregel, lichter middel, gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:1732Rechtbank Den Haag, 2 februari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Beroep tegen ophouding – onjuiste grondslag – beroep gegrond.

453 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.