Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 4.5 VB

Geldt sinds 29 april 2006

  1. 1

    De vreemdeling die Nederland inreist, is verplicht desgevorderd aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking: a.het in zijn bezit zijnde document voor grensoverschrijding, de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf dan wel het benodigde reisvisum of doorreisvisum te tonen en te overhandigen; b.inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van zijn voorgenomen verblijf in Nederland; c.aan te tonen over welke middelen hij met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken.

  2. 2

    Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die Nederland uitreist via een buitengrens.

  3. 3

    Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:13950Rechtbank Den Haag, 17 november 2014 (vreemdelingenrecht)

    hc somalië zicht op uitzetting

  • ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7754Rechtbank 's-Gravenhage, 26 november 2001 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / staandehouding / grenscontrole. De stelling van de gemachtigde van de vreemdeling dat het Mobiel Roulerend Toezicht (MRT) onbevoegdelijk een controle heeft uitgevoerd, berust op de aanname…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.