Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 3.50 VB

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden verleend aan de vreemdeling die: a.als minderjarige houder is geweest van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlander of een vreemdeling met niet-tijdelijk verblijfsrecht in de zin van artikel 3.5, en b.langer dan een jaar houder is geweest van de in onderdeel a bedoelde verblijfsvergunning, dan wel in Nederland is geboren uit ouders met niet-tijdelijk verblijfsrecht in de zin van artikel 3.5.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder persoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht niet verstaan de houder van de verblijfsvergunning asiel.

  3. 3

    De verblijfsvergunning wordt verleend, tenzij: a.de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid; b.de vreemdeling een gevaar voor de nationale veiligheid vormt; c.de aanvraag met toepassing van de artikelen 3.86 of 3.87 kan worden afgewezen, of d.de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst.

  4. 4

    Indien een van de ouders in Nederland is gevestigd en de Nederlandse nationaliteit heeft, wordt de verblijfsvergunning aan de minderjarige vreemdeling verleend, tenzij de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid, of de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:3396Rechtbank Den Haag, 14 maart 2024 (vreemdelingenrecht)

    regulier, humanitair niet-tijdelijk, Turks Associatierecht, artikel 7 Besluit 1/80, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:17880Rechtbank Den Haag, 21 november 2023 (vreemdelingenrecht)

    Proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:RVS:2022:920Raad van State, 30 maart 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 30 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2022:928Raad van State, 30 maart 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:10774Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning 'niet tijdelijke humanitaire gronden'. In geschil; hoogte legesbedrag. Gegrond, verweerder heeft de kosten niet inzichtelijk gemaakt.

  • ECLI:NL:RVS:2021:139Raad van State, 29 januari 2021 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 23 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:15028Rechtbank Den Haag, 27 november 2020 (vreemdelingenrecht)

    Geen aanvraag ingediend voor verblijfsrecht op grond van artikel 3.50 Vb, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:13772Rechtbank Den Haag, 23 november 2020 (bestuursrecht)

    Aanvraag voortgezet verblijf door houder EU-verblijfsrecht, artikel 3.50 van het Vb 2000. De rechtbank is van oordeel dat met het niet van toepassing zijn van artikel 3.50 van het Vb 2000 op houders…

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.