Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 6.6 VB

Geldt sinds 31 juli 2010

  1. 1

    De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Wet, wordt ingewilligd, indien de vreemdeling niet aan strafvervolging terzake van enig misdrijf is onderworpen, en deze vreemdeling: a.indien hij ongewenst is verklaard wegens een geweldsdelict, een opiumdelict of een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is bedreigd, na de ongewenstverklaring ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven; b.indien hij ongewenst is verklaard wegens andere misdrijven dan bedoeld in onderdeel a, na de ongewenstverklaring tenminste vijf achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven; c.indien hij ongewenst is verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder a, van de Wet, na de ongewenstverklaring tenminste één jaar buiten Nederland heeft verbleven.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt de aanvraag ingewilligd nadat de daar bedoelde vreemdeling tenminste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven, indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van Onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren.

  3. 3

    De in het eerste lid genoemde termijnen vangen opnieuw aan, indien de vreemdeling tijdens de ongewenstverklaring: a.een als misdrijf strafbaar gestelde inbreuk op de openbare orde heeft gepleegd die tot ongewenstverklaring zou kunnen leiden, of b.zonder voorafgaande tijdelijke opheffing of in strijd met de aan die tijdelijke opheffing verbonden voorwaarden in Nederland heeft verbleven.

  4. 4

    De gegevens, bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die de vreemdeling verstrekt zijn in ieder geval: a.een schriftelijke verklaring van de vreemdeling dat hij sinds zijn vertrek uit Nederland na de ongewenstverklaring tien, onderscheidenlijk vijf achtereenvolgende jaren of één jaar buiten Nederland heeft verbleven en dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is; b.een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehouden; c.een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken, en d.een schriftelijke verklaring, afgegeven door de terzake bevoegde autoriteiten van het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, dat de vreemdeling zich tijdens dat verblijf niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en niet aan strafvervolging onderworpen is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:515Hoge Raad, 29 maart 2016 (strafrecht)

    HR stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over art. 11 van de Terugkeerrichtlijn en houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15396Rechtbank Den Haag, 2 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Turkste vreemdeling is in 2006 ongewenst verklaard en heeft in 2024 verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring. Artikel 1F staat vast. Eiser voldoet niet aan artikel 6.6, vierde lid, onder b en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:23992Rechtbank Den Haag, 15 december 2025 (vreemdelingenrecht)

    verzoek opheffing SIS obv OVR; belang bij beroep; verdere noodzaak verlenging getoetst; niet getoetst aan Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel; beroep gg maar rechtsgevolgen in stand

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:11301Rechtbank Den Haag, 26 juni 2025 (vreemdelingenrecht)

    Regulier. Aanvraag om opheffing ongewenstverklaring terecht afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij langer dan tien jaar buiten Nederland heeft verbleven. Beroep is ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:4888Rechtbank Den Haag, 25 maart 2025 (vreemdelingenrecht)

    verzoek opheffing ongewenstverklaring; beroep op evenredigheidsbeginsel niet onderbouwd

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:20173Rechtbank Den Haag, 3 december 2024 (vreemdelingenrecht)

    opheffing ongewenstverklaring - bevoegdheid SIS-signalering - arrest Filev en Osmani - IB 2023/23 - artikel 6.6 Vb - evenredigheidsbeginsel - beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:8347Rechtbank Den Haag, 27 mei 2024 (vreemdelingenrecht)

    Verzoek opheffing E&S-signalering. Actieve ongewenstverklaring. Unierecht. Afwijken van beleidsregels. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:19024Rechtbank Den Haag, 29 november 2023 (vreemdelingenrecht)

    Verzoek tot opheffing ongewenstverklaring - niet alle relevante gegevens en omstandigheden betrokken bij belangenafweging 8 EVRM - beroep gegrond met instandlating van rechtsgevolgen.

63 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.