Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 3.93 VB

Geldt sinds 1 maart 2016

  1. 1

    De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven: a.op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, die anders dan door eigen toedoen is verloren; b.op grond van een bijzondere geprivilegieerde status als: 1°. geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel dan wel als particulier bediende, in dienst van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post; 2°. geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie; 3°. geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie, of c.als afhankelijk gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a of b.

  2. 2

    In afwijking van artikel 3.94, tweede lid, zijn de middelen van bestaan van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid duurzaam, indien zij nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn.

  3. 3

    Bij de berekening van de in het eerste lid bedoelde periode van tien achtereenvolgende jaren van verblijf worden ten aanzien van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3°, alsmede zijn afhankelijke gezinslid, bedoeld in onderdeel c, mede in aanmerking genomen perioden waarin die vreemdeling respectievelijk dat afhankelijke gezinslid rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Wet heeft gehad.

  4. 4

    De aanvraag wordt niet afgewezen op grond dat de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef, van de Wet, indien de internationale organisatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2° dan wel 3°, is ingesteld voor bepaalde tijd, minder dan tien jaren, en de vreemdeling als lid van die organisatie dan wel als zijn afhankelijke gezinslid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, gedurende vijf aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2013:3804Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 mei 2013 (vreemdelingenrecht)

    geprivilegeerde status, geen rechtmatig verblijf, inburgeringsvereiste,ondescheid EU-onderdanen en Nederlanders, art. 4:84 AWB

  • ECLI:NL:RVS:2010:BM8425Raad van State, 14 juni 2010 (vreemdelingenrecht)

    Procesbelang / belang bij oordeel over tijdelijk verblijfsrecht / artikel 3.92 en 3.93 Vb 2000 Niet in geschil is dat aan de vreemdeling met ingang van 7 april 2009 tot 7 april 2010 een…

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9502Rechtbank 's-Gravenhage, 24 april 2008 (vreemdelingenrecht)

    Richtlijn 2003/109 / uitwerking inkomensvereiste te strikt, gelet op doel en strekking van de richtlijn

  • ECLI:NL:RVS:2008:BC8570Raad van State, 27 maart 2008 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd / geprivilegieerde status rechtstreeks ontleend aan Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961 / niet afhankelijk van bezit…

  • ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0004Rechtbank 's-Gravenhage, 18 juli 2005 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd / geprivilegieerde status / artikel 3.93, lid 1, a en c, Vb 2000. Blijkens het verslag van het gehoor van de Ambtelijke Commissie gehouden op 27 januari…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.