Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WHW

Huidige tekst

Artikel 6.13 WHW

Geldt sinds 1 januari 2025

De Registratie instellingen en opleidingen 1 De Registratie instellingen en opleidingen omvat een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de opleidingen die door de instellingen voor hoger onderwijs verzorgd worden. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register. 2 Vervallen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden de inrichting en de werking van de Registratie instellingen en opleidingen geregeld. Deze bevat bepalingen omtrent het verstrekken van informatie uit het register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan de besturen van de instellingen waarop deze wet betrekking heeft, een in de algemene maatregel van bestuur vastgestelde vergoeding verschuldigd is. De algemene maatregel van bestuur bevat de indeling van het register in onderdelen en voorzover nodig subonderdelen. De onderdelen betreffen gebieden van onderwijs. De indeling bevat ten minste onderdelen voor de volgende gebieden van onderwijs: onderwijs, landbouw en natuurlijke omgeving, techniek, recht, taal en cultuur, en gezondheidszorg. De indeling bevat voorts voor het onderdeel onderwijs in elk geval het subonderdeel lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en voor het onderdeel taal en cultuur in elk geval het subonderdeel opleidingen op het gebied van de kunst. 4 De Registratie instellingen en opleidingen bevat van elke opleiding als bedoeld in artikel 7.3a de volgende gegevens: a.de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, gesteld in het Nederlands en desgewenst in het Engels of in een andere internationale taal die gangbaar is, b.of het hoger beroepsonderwijs dan wel wetenschappelijk onderwijs betreft, c.of de opleiding is geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan alsmede de geldigheidsduur daarvan, d.de indeling in het register, e.indien het een gezamenlijke opleiding, een gezamenlijke afstudeerrichting of een gezamenlijk Ad-programma als bedoeld in artikel 7.3c betreft: aan welke instellingen de opleiding, de afstudeerrichting of het Ad-programma wordt verzorgd, f.het voltijdse, deeltijdse of duale karakter, g.de studielast waarbij ten aanzien van masteropleidingen is aangegeven of deze is vastgesteld van rechtswege, door het instellingsbestuur of, wat betreft masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs, op zijn verzoek door Onze Minister, h.of aan een bacheloropleiding een propedeutisch examen is verbonden, i.of het een opleiding gericht op een bepaald beroep betreft, waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld, j.of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, k.of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden, l.de gemeente, de gemeenten, het openbaar lichaam BES, de openbare lichamen BES of de plaats in het buitenland waar de opleiding is gevestigd, m.de door de instelling op grond van artikel 5.21, tweede lid vastgestelde termijn, n.de door Onze Minister op grond van artikel 5.21, zesde lid, of artikel 5.32, vastgestelde termijn, o.of toepassing is gegeven aan artikel 5.9, tweede lid, artikel 5.17, tweede lid, respectievelijk artikel 5.18, p.het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving voor de opleiding mogelijk is, q.indien de opleiding niet langer zal worden verzorgd, het tijdstip waarop de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving in de propedeutische fase van de opleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 60 studiepunten, niet meer mogelijk is, r.indien toepassing is gegeven aan artikel 5.31, derde lid, de termijn waarvoor accreditatie nieuwe opleiding wordt verlengd, s.of Onze Minister met betrekking tot een opleiding toestemming heeft verleend voor het hanteren van specifieke selectiecriteria, bedoeld in artikel 6.7, en in samenhang daarmee voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in dat artikel, t.of binnen de opleiding een programma wordt aangeboden ten aanzien waarvan Onze Minister toestemming heeft verleend voor het hanteren van specifieke selectiecriteria, bedoeld in artikel 6.7, en in samenhang daarmee voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in dat artikel, u.of Onze Minister toestemming heeft verleend voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in artikel 6.8, v.of binnen de opleiding een versneld traject wordt aangeboden als bedoeld in artikel 7.9a, w.de graad en de toevoeging ingevolge artikel 7.10a, eerste en tweede lid, x.of toepassing is gegeven aan artikel 7.53, eerste lid, y.het NLQF-niveau dat is vastgesteld bij of krachtens de Wet NLQF en het daarmee corresponderende EQF-niveau. 5 De Registratie instellingen en opleidingen bevat van elke opleiding als bedoeld in artikel 7.3b: a.de naam van de opleiding en de rechtspersoon waarvan de opleiding uitgaat, en b.de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, m, n, o, q, v, w en y. 6 Onze Minister legt het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat dertig dagen na die voorlegging zijn verstreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:823Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende voor het jaar 2008 aanspraak kan maken op de afdrachtvermindering onderwijs die tot 1 januari 2014 was voorzien in artikel 14 lid 1…

  • ECLI:NL:PHR:2018:835Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende voor de jaren 2008 en 2009 aanspraak kan maken op de afdrachtvermindering onderwijs die tot 1 januari 2014 was voorzien in artikel…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC3880Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2008 (civiel recht)

    Studie-overeenkomst. Kort geding; afgewezen vordering student tegen universiteit tot terugbetaling van cursusgeld voor (aanvankelijk) niet erkende mastersopleiding; dwaling, onjuiste mededelingen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3545Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 mei 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Wsf 2000. Tussenuitspraak. Studiefinanciering wo-premaster en wo-master na hbo-bachelor.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:8225Rechtbank Den Haag, 10 mei 2023 (vreemdelingenrecht)

    Vaststelling geen rechtmatig verblijf; Polen; terecht onderzoek ingesteld; geen duurzaam verblijfsrecht; ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:1147Rechtbank Den Haag, 2 februari 2023 (vreemdelingenrecht)

    VK regulier – artikel 8.12 van het Vb – tijdelijk arbeidsongeschikt – werkzoekende - geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan - ongegrond

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:3344Rechtbank Den Haag, 8 april 2022 (vreemdelingenrecht)

    De rechtbank stelt vast dat artikel 62, eerste lid, Vw en artikel 8.24, derde lid, van het Vb evident in strijd zijn met artikel 30, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn. Een vertrektermijn van ‘vier…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:2248Rechtbank Den Haag, 3 maart 2022 (vreemdelingenrecht)

    Brexit, Gemeenschapsonderdaan, rechtmatig verblijf

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.