Vreemdelingenbesluit 2000

VB

Huidige tekst

Artikel 8.15 VB

Geldt sinds 1 maart 2016

  1. 1

    Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door afwezigheid uit Nederland: a.van ten hoogste zes maanden per jaar; b.om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; c.voor de vervulling van militaire verplichtingen; d.wegens uitzending voor het verrichten van werkzaamheden.

  2. 2

    Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door het overlijden van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef: a.indien hij ten minste een jaar voor het overlijden van die vreemdeling in Nederland verbleef; b.voor voltooiing van de studie, indien hij in Nederland verbleef als het kind van die vreemdeling en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind.

  3. 3

    Het tweede lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing bij het vertrek van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie de vreemdeling in Nederland verbleef.

  4. 4

    Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap: a.indien het huwelijk voor het begin van de gerechtelijke procedure tot scheiding of nietigverklaring, onderscheidenlijk het partnerschap voor beëindiging daarvan, ten minste drie jaar heeft geduurd, waarvan de vreemdeling ten minste één jaar in Nederland heeft verbleven; b.indien het gezag over de kinderen bij overeenkomst tussen de voormalige echtgenoten of partners, dan wel bij rechterlijke beslissing aan de vreemdeling is toegewezen; c.voor de duur waarvoor de omgang is voorgeschreven, indien de vreemdeling op grond van een overeenkomst of gerechtelijke beslissing het omgangsrecht met betrekking tot een minderjarig kind heeft en de omgang ingevolge een rechterlijke beslissing in Nederland moet plaatsvinden, of d.indien bijzonder schrijnende situaties zulks rechtvaardigen, bijvoorbeeld wanneer een familielid tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap het slachtoffer is geweest van huiselijk geweld.

  5. 5

    In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, blijft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit van een staat bezit als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, onderworpen aan de voorwaarde dat hij voor zichzelf en zijn familieleden over voldoende middelen van bestaan beschikt om te voorkomen dat zij ten laste komen van het sociale bijstandsstelsel, tenzij hij het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 8.17 heeft verkregen, of is aangetoond dat hij: a.werknemer of zelfstandige is; b.voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf in Nederland ten laste komen van de algemene middelen, en beschikt over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt; of c.gezinslid is van het reeds in Nederland gevormde gezin van een persoon die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld onder a of b.

  6. 6

    Voor de toepassing van het vijfde lid, onder b, beschikt de vreemdeling met een inkomen ter hoogte van het normbedrag dat in artikel 3.74 voor de desbetreffende categorie is vastgesteld, in ieder geval over voldoende middelen van bestaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:412Raad van State, 23 januari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluiten van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en zijn…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:21534Rechtbank Den Haag, 5 november 2024 (vreemdelingenrecht)

    Regulier. Geen rechtmatig verblijf in Nederland op grond van het Unierecht. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de minister niet mocht onderzoeken of eiser nog aan de voorwaarden voor…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:11695Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)

    regulier, verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan geëindigd, verbreking van de relatie/huwelijk, 8:15, vierde lid van het Vb 2000, driejaarstermijn, ook geen verblijfsrecht op grond van artikel 8…

  • ECLI:NL:RVS:2023:1117Raad van State, 22 maart 2023 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 29 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en haar aanvraag tot…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1564Raad van State, 1 juni 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling per 18 augustus 2018 geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:8141Rechtbank Den Haag, 27 juli 2021 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vertrokken naar Portugal, declaratoir karakter verblijfsrecht, geen procesbelang…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:7363Rechtbank Den Haag, 7 juli 2021 (vreemdelingenrecht)

    rechtmatig verblijf Unierecht, Werknemer

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:6735Rechtbank Den Haag, 24 juni 2021 (vreemdelingenrecht)

    Verblijf als gemeenschapsonderdaan. Partner van een Unieburger. Relatie geëindigd: procesbelang. Schijnrelatie. Artikel 8 EVRM. Inreisverbod en Besluit 1/80. Beroep ongegrond

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.