Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 30 LB

Geldt sinds 1 januari 2005

  1. 1

    Ieder is gehouden aan de inspecteur ter vaststelling van zijn identiteit indien zulks voor de heffing van de loonbelasting van belang kan zijn, desgevraagd terstond een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage te verstrekken.

  2. 2

    Voor een weigering om te voldoen aan de in het eerste lid omschreven verplichting kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheden dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2004:AQ0481Parket bij de Hoge Raad, 13 augustus 2004 (belastingrecht)

    Voorlopige teruggaaf, inhouding loonbelasting naar anoniementarief.

  • ECLI:NL:HR:2001:AB1787Hoge Raad, 23 mei 2001 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1997:AA2183Hoge Raad, 18 juni 1997 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBARN:2010:BL9027Rechtbank Arnhem, 23 maart 2010 (belastingrecht)

    Formeel belastingrecht. AWB en AWR. Heffingsrente. Inspecteur legt op 1 januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over dat jaar op. De aanslag wordt geacht op 1 juli 2006 volledig te…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.