Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 18 LB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Onder pensioenregeling wordt verstaan een regeling: a.die uitsluitend of, met het oog op uitzonderlijke gevallen van restbegunstiging, nagenoeg uitsluitend ten doel heeft het treffen van: 1°. een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom voor werknemers en gewezen werknemers (ouderdomspensioen); 2°. een inkomensvoorziening na hun overlijden op of na de ingangsdatum van het ouderdomspensioen ten behoeve van hun partner of gewezen partner in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum); 3°. een inkomensvoorziening na hun overlijden voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen ten behoeve van hun partner of gewezen partner in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum); 4°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun kinderen en pleegkinderen (wezenpensioen); 5°. een inkomensvoorziening die het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum, het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet (nabestaandenoverbruggingspensioen); 6°. een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid zodra die langer dan een jaar duurt en welke niet uitgaat boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht (arbeidsongeschiktheidspensioen), en b.waarin is bepaald dat de aanspraken ingevolge de regeling niet kunnen worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid kunnen worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling; c.waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid; een en ander voor zover die regeling blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde begrenzingen.

  2. 2

    Het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, is van overeenkomstige toepassing op een regeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.

  3. 3

    Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  4. 4

    Voor de toepassing van het derde lid blijft een nettopensioenregeling als bedoeld in afdeling 5.3B van de Wet inkomstenbelasting 2001 buiten beschouwing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:246Hoge Raad, 17 februari 2023 (belastingrecht)

    Hersteld arrest (zie: ECLI:NL:HR:2023:708) Artikel 6 en artikel 19b, lid 1, Wet LB 1964; inhoudingsplicht (onzuivere) pensioenaanspraken; hoogte pensioenaanspraken.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1369Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (belastingrecht)

    Het geschil betreft de vraag of de Belgische pensioenregeling van een in Nederland werkzame belastingplichtige kan worden aangemerkt als pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1214Parket bij de Hoge Raad, 30 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/03827. In cassatie is in geschil of het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende zijn pensioenrechten in 2013 heeft…

  • ECLI:NL:HR:2017:2564Hoge Raad, 6 oktober 2017 (civiel recht)

    Insolventierecht. (Gedeeltelijke) afkoop pensioenverzekering door curator (art. 22a Fw)? Hoogstpersoonlijk recht? Uitleg art. 7:986 lid 4 BW; vraag of contractueel afkoopverbod aan curator kan worden…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7356Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 augustus 2026 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslagen IB/PVV. Belastingverdrag met Belgie, artikelen 18 en 19.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15475Rechtbank Den Haag, 10 juni 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV, gegrond, invaliditeitspensioen, ESA

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1278Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 mei 2026 (belastingrecht)

    Vanuit privé betaalde pensioenpremies aan Luxemburgse verzekeraar zijn niet aftrekbaar. De door belanghebbende van zijn werkgever ontvangen vergoeding voor die premies is terecht tot het belastbaar…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:6243Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 oktober 2025 (belastingrecht)

    LH. Fiscaal onzuiver pensioen. Vergrijpboete.

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.