Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 20 LB

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    De over een loontijdvak van een jaar verschuldigde belasting is het bedrag van de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare loon verminderd met het bedrag van de heffingskorting voor de loonbelasting.

  2. 2

    Het bedrag van de heffingskorting voor de loonbelasting bedraagt maximaal het bedrag van de verschuldigde belasting over het loontijdvak van een jaar.

  3. 3

    Voor werknemers die in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in Zwitserland of op de BES eilanden wonen, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid alleen het deel van de heffingskorting voor de loonbelasting dat betrekking heeft op de arbeidskorting in aanmerking genomen.

  4. 4

    Voor werknemers die niet in Nederland wonen en geen werknemer als bedoeld in het derde lid zijn, is, in afwijking van het eerste lid, de over een loontijdvak van een jaar verschuldigde belasting het bedrag van de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare loon.

  5. 5

    Een werknemer die op grond van artikel 2.2, tweede of derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 geacht wordt in Nederland te wonen, wordt ook voor de toepassing van het derde en vierde lid geacht in Nederland te wonen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1015Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    Art. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de inkomstenbelasting mee dat bij emigratie geen fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang in…

  • ECLI:NL:PHR:2016:956Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2016 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is met dagtekening 5 december 2012 voor het jaar 2009 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.054. Door de Inspecteur is hierbij geen…

  • ECLI:NL:PHR:2016:957Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2016 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is (met dagtekening 19 december 2012) voor het jaar 2009 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 6.382. Door de Inspecteur is hierbij geen…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA6415Parket bij de Hoge Raad, 12 oktober 2007 (belastingrecht)

    Art. 9.2, lid 7, Wet IB 2001. Beperking verrekening dividendbelasting geldt ook voor partieel buitenlandse belastingplichtigen.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2148Centrale Raad van Beroep, 14 november 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De Svb heeft op 28 december 2018 een besluit genomen over de gevolgen van een wetswijziging op de toepassing van de heffingskorting op het AOW-pensioen. Hierdoor ontvangt appellant een lager…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:1513Centrale Raad van Beroep, 16 juli 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Beëindiging toepassing heffingskorting op AOW. Na wetswijziging wordt loonheffing terecht ingehouden op het pensioen. Geen schending hoorplicht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.