Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 22a LB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Voor de werknemer die loon uit tegenwoordige arbeid geniet, is de arbeidskorting van toepassing.

  2. 2

    De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt: a.8,324% van dat loon met een maximum van € 996, vermeerderd met: b.31,009% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 11.965, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 5.300, alsmede vermeerderd met: c.1,950% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 25.845, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a, b en c niet meer bedraagt dan € 5.685, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: d.6,51% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 45.592.

  3. 3

    Met loon uit tegenwoordige arbeid wordt gelijkgesteld: a.loon genoten wegens tijdelijke inactiviteit als bedoeld in artikel 628 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, voor een tijdvak van maximaal 104 weken; b.loon genoten als garantieloon als bedoeld in artikel 628a, eerste, derde en achtste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; c.loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen en uitkeringen ingevolge de Ziektewet, voor zover die betrekking hebben op de periode waarin de dienstbetrekking in de zin van die wet nog niet is beëindigd of voor zover die voortvloeien uit een vrijwillige verzekering als bedoeld in artikel 64 van die wet; d.uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg en aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:459Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Begrip ‘loon uit tegenwoordige arbeid’. Samenloop arbeidskorting en samenvoegingsbepaling in de loonbelasting.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:79Parket bij de Hoge Raad, 19 januari 2024 (belastingrecht)

    Prejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland; Hoe moet voor…

  • ECLI:NL:PHR:2021:65Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2021 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in een geschil over de hoogte van de arbeidskorting van iemand die in 2015 eerst in Nederland woont maar emigreert naar Costa Rica. Moet bij de berekening van de…

  • ECLI:NL:PHR:2013:789Parket bij de Hoge Raad, 14 augustus 2013 (belastingrecht)

    Belanghebbende is door zijn werkgever in 2005 aangewezen als boventallig. De dienstbetrekking is op 1 november 2008 beëindigd. Belanghebbende houdt gedurende de zoektermijn recht op loonbetaling. In…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:4369Rechtbank Noord-Nederland, 22 oktober 2024 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt over de vraag of eiser recht heeft op arbeidskorting ten aanzien van de bedragen die hij van het UWV heeft ontvangen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:2692Rechtbank Noord-Nederland, 11 juli 2024 (belastingrecht)

    Geschil inzake de schending van het hoorrecht, de bevoegdheid van de inspecteur en de hoogte van de arbeidskorting in verband met een genoten ZW-uitkering

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:1421Rechtbank Noord-Holland, 7 februari 2022 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV, inkomsten uit tegenwoordige/ vroegere arbeid, arbeidskorting: geen arbeidsinkomen, geen gelijkstelling aan arbeidsinkomen en geen gelijke gevallen voor het gelijkheidsbeginsel

  • ECLI:NL:GHARL:2020:465Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2020 (belastingrecht)

    IB/PVV. Arbeidskorting. Belanghebbende is na emigratie geen binnenlands belastingplichtige meer. Valt na emigratie genoten loon waarover Nederland geen IB/PVV heft onder het arbeidsinkomen?

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.