Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 6 LB

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Inhoudingsplichtige is: a.degene, tot wie een of meer personen in dienstbetrekking staan; b.degene, die aan een of meer personen loon uit een vroegere dienstbetrekking tot hemzelf of tot een ander verstrekt; c.degene, die ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort, aan een of meer personen uitkeringen of verstrekkingen uit een dienstbetrekking tot een ander doet.

  2. 2

    Wie niet in Nederland woont of gevestigd is, wordt slechts als inhoudingsplichtige beschouwd voor zover hij: a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf, beroep of andere bezigheid of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft, dan wel b. een of meer personen in dienst heeft van wie het loon is onderworpen aan de inkomstenbelasting, met betrekking tot deze personen de loonadministratie in Nederland houdt en zich voor deze personen als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld.

  3. 3

    Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt onder vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger verstaan: a.een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3, vierde tot en met twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; b.het verrichten van werkzaamheden in het kader van een onderneming gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen, indien die werkzaamheden plaatsvinden in, op of boven het Noordzeewinningsgebied, waarbij het Noordzeewinningsgebied bestaat uit de territoriale zee van Nederland alsmede het buiten de territoriale zee onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk der Nederlanden daar op grond van het internationale recht rechten mag uitoefenen; c.het verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het verlenen van tussenkomst ten behoeve van degenen die tegen beloning persoonlijke arbeid in Nederland verrichten en een derde ten behoeve van wie die arbeid wordt verricht.

  4. 4

    Diplomatieke, consulaire en andere vertegenwoordigers van andere Mogendheden en de hun toegevoegde ambtenaren, alsmede bij ministeriële regeling aan te wijzen internationale organisaties en vertegenwoordigers en functionarissen daarvan, worden niet als inhoudingsplichtigen beschouwd.

  5. 5

    Ingeval artikel 19b toepassing vindt, is in afwijking van het eerste lid voor de aanspraak die ingevolge dat artikel als loon wordt aangemerkt, inhoudingsplichtige degene die als verzekeraar van die aanspraak optreedt.

  6. 6

    Een in Nederland gevestigd onderdeel van een concern waartoe ook een onderdeel behoort dat op grond van het tweede of derde lid als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt, kan op gezamenlijk verzoek van deze concernonderdelen, in afwijking in zoverre van het eerste, tweede en derde lid, door de inspecteur, die daarbij voorwaarden kan stellen, worden aangewezen als inhoudingsplichtige voor een of meer personen die bij het niet in Nederland gevestigde concernonderdeel in dienst zijn. De aanwijzing en de daarbij gestelde voorwaarden kunnen, al dan niet op verzoek, worden gewijzigd of ingetrokken. Aanwijzing, wijziging of intrekking vinden plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1617Hoge Raad, 24 oktober 2025 (belastingrecht)

    Artikel 3.84 Wet IB 2001; artikel 31, lid 1, letter f, Wet LB 1964; art 31a, lid 3 (thans lid 4) Wet LB 1964; art. 7:610 BW; werkkostenregeling; aanwijzing van eindheffingsbestanddelen voor gerichte…

  • ECLI:NL:HR:2025:1236Hoge Raad, 5 september 2025 (belastingrecht)

    Artikel 3.84 Wet IB 2001; artikel 31, lid 1, letter f, Wet LB 1964; art 31a, lid 3 (thans lid 4) Wet LB 1964; art. 7:610 BW; werkkostenregeling; aanwijzing van eindheffingsbestanddelen voor gerichte…

  • ECLI:NL:HR:2023:246Hoge Raad, 17 februari 2023 (belastingrecht)

    Hersteld arrest (zie: ECLI:NL:HR:2023:708) Artikel 6 en artikel 19b, lid 1, Wet LB 1964; inhoudingsplicht (onzuivere) pensioenaanspraken; hoogte pensioenaanspraken.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1161Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2021 (belastingrecht)

    Belgische BVO leent in België wonende profvoetballer uit aan Nederlandse BVO; is het vóór uitlening genoten eenmalig tekengeld belast in België of in Nederland? Heffingsbevoegd naar nationaal recht?…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1284Gerechtshof Amsterdam, 21 april 2026 (belastingrecht)

    Aanslag IB 2018. Piloot. Kostenvergoeding. HR 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1236. Uitsluitend een door de werkgever met belanghebbende overeengekomen vergoeding kan onder de Wet LB kwalificeren…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1303Gerechtshof Den Haag, 26 juni 2025 (belastingrecht)

    Artikel 3.84, lid 2, Wet IB 2001 en artikel 31a, lid 2, Wet LB 1964; toepassing gerichte vrijstellingen werkkostenregeling voor een piloot zonder inhoudingsplichtige (buitenlandse) werkgever.…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1Gerechtshof Den Haag, 9 januari 2025 (belastingrecht)

    Rijnvarende. Premieheffing volksverzekeringen 2018. Werkgever in Liechtenstein. A1-verklaring SVB onherroepelijk. Belanghebbende in Nederland verzekerd en premieplichtig. A1-verklaring vanaf 1…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:7511Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 november 2024 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016.

136 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.