Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 2 LB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Werknemer is de natuurlijke persoon die tot een inhoudingsplichtige in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat of van een inhoudingsplichtige loon geniet uit een vroegere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking van hemzelf of van een ander, dan wel uit een bestaande privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking van een ander.

  2. 2

    Degene die van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon loon geniet uit een dienstbetrekking tot een niet-inhoudingsplichtige dan wel loon in de vorm van premies voor werkaanvaarding ten behoeve van uitkeringsgerechtigden, wordt geacht tot die rechtspersoon in dienstbetrekking te staan.

  3. 3

    Tenzij werkzaamheden zijn of worden verricht in een functie van bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam, dan wel in dienstbetrekking bij een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of in het kader van een uitzending op grond van een verdrag waarbij de Staat der Nederlanden partij is, is het eerste lid niet van toepassing op personen die niet in Nederland wonen, met betrekking tot een geheel buiten Nederland vervulde dienstbetrekking. Voor werkzaamheden die zijn of worden verricht aan boord van schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd, is de eerste volzin slechts van toepassing indien wordt voldaan aan de in het vierde lid gestelde voorwaarden.

  4. 4

    Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die niet in Nederland wonen, met betrekking tot een nagenoeg geheel buiten Nederland vervulde dienstbetrekking, anders dan de dienstbetrekkingen die in het derde lid, eerste volzin, zijn genoemd, indien: a.het loon is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die door of vanwege Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden of een andere mogendheid wordt geheven, en b.het loon niet op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of op grond van enige andere regel van interregionaal of internationaal recht in feite slechts in Nederland aan een belasting naar het inkomen is onderworpen.

  5. 5

    Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die niet in Nederland wonen, met betrekking tot een gedeeltelijk, maar niet nagenoeg geheel buiten Nederland vervulde dienstbetrekking, anders dan de dienstbetrekkingen die in het derde lid, eerste volzin, zijn genoemd, voorzover het loon uit die dienstbetrekking met inachtneming van verdragen waarbij de Staat der Nederlanden partij is, feitelijk is onderworpen aan een belasting naar het inkomen die door of vanwege Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden of een andere mogendheid wordt geheven.

  6. 6

    Het eerste lid is eveneens niet van toepassing op personen die als vrijwilliger uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen ontvangen met een gezamenlijke waarde van ten hoogste € 220 per maand en € 2.200 per kalenderjaar. Hierbij wordt onder vrijwilliger verstaan degene die niet bij wijze van beroep arbeid verricht voor een algemeen nut beogende instelling, een sportorganisatie of een niet als zodanig aan te merken lichaam dat niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld.

  7. 7

    Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het zesde lid genoemde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere bedragen. Het bedrag per kalenderjaar wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. Het bedrag per maand wordt berekend door het volgens de tweede zin berekende bedrag per kalenderjaar te vermenigvuldigen met 1/10.

  8. 8

    Krachtens wettelijk vruchtgenot aan een kind ontleend loon wordt geacht door het kind te zijn genoten.

  9. 9

    Loon in de vorm van periodieke uitkeringen welke van publiekrechtelijke aard zijn, kan in het kalenderjaar waarin de verstrekking van die uitkeringen aanvangt dan wel eindigt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels worden geacht niet te zijn genoten door de werknemer doch door zijn partner in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:556Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2023 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Was werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden om in het buitenland wonende werknemers te waarschuwen voor, dan wel te informeren over een wijziging van een…

  • ECLI:NL:PHR:2022:213Parket bij de Hoge Raad, 4 maart 2022 (belastingrecht)

    Erotisch getinte webcam- en telefoondiensten vanuit huis door ‘agents’ via een internetplatform van de belanghebbende. ‘Sekswerkers’ als bedoeld art. 5a Rariteitenbesluit? Rechterlijke toetsing van…

  • ECLI:NL:HR:2022:273Hoge Raad, 18 februari 2022 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; art. 3.16, lid 4, Wet IB 2001; art. 26 IVBPR; art. 14 EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol EVRM; vergoeding van minder dan € 5.000 voor arbeid door de partner van belastingplichtige…

  • ECLI:NL:PHR:2020:621Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2020 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de toepassing van de aftrekuitsluiting van art. 3.16, lid 4, Wet IB 2001. Kan een ondernemer een jaarvergoeding van € 1.500 voor werkzaamheden van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:8513Rechtbank Noord-Holland, 25 juni 2026 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslagen loonheffingen. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding over transfervergoeding aan professionele sporter. Beoordeling toets- en vergelijkingsloon: is sprake van een…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1809Gerechtshof Den Haag, 27 mei 2026 (belastingrecht)

    Art. 2 Wet LB, art. 10 Wet LB, art. 32bb Wet LB en art. 45 VWEU; berekening excessieve vertrekvergoeding m.b.t. aan in Italië woonachtige werknemer toegekende beloningen. Toepassing artikel 32bb, lid…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2686Rechtbank Overijssel, 21 mei 2026 (belastingrecht)

    Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; Uitvoeringsregeling Awir; Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; persoonlijke betalingsregeling; beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3363Rechtbank Gelderland, 29 april 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting 2017 t/m 2020. Vrijwilligerswerkzaamheden en uitgaven wegens specifieke zorgkosten. 2017 en 2018 beroepen gegrond. 2019 en 2020 beroepen ongegrond.

292 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.