Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 38c LB

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    In afwijking in zoverre van artikel 18a, eerste lid, bedraagt de premie per dienstjaar ten hoogste de premie ter zake waarvan een recht van voortgezette inleg bestaat gedurende perioden na ontslag waarin loongerelateerde uitkeringen worden ontvangen, indien: a.deze perioden zijn aangevangen vóór de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, dan wel vóór 1 januari 2029, voor zover met toepassing van artikel 38q zoals dat luidde op de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen opbouw van pensioen heeft plaatsgevonden volgens de in de artikelen 18 tot en met 18ga alsmede de daarop gebaseerde bepalingen zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen opgenomen normeringen en begrenzingen en voor de werknemer niet reeds een pensioenregeling van toepassing is als bedoeld in hoofdstuk IIB zoals dat geldt vanaf de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen; b.het recht op voortgezette premie-inleg verband houdt met arbeidsongeschiktheid van de werknemer; c.als verzekeraar van het pensioen optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, een pensioenfonds als bedoeld in artikel 220h van de Pensioenwet of een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 214f van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

  2. 2

    Indien gedurende perioden na ontslag bedoeld in het eerste lid, opbouw van een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum of een wezenpensioen plaatsvindt met toepassing van artikel 220h, tweede lid, of artikel 220ha, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 214f, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn de artikelen 18b, tweede lid, en 18c, derde lid, niet van toepassing.

  3. 3

    Onder een partner wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel degenen met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of is gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BU8935Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2012 (belastingrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Art. 32aa en 38c, lid 2, Wet LB 1964 (tekst 2007). Gemeentelijke 55+regeling in het kader van reorganisatie is niet aan te merken als een VUT-regeling.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1272Centrale Raad van Beroep, 28 augustus 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning AOW-pensioen met ingang van 14 juli 2022 met een korting van 82% vanwege 41 niet-verzekerde jaren en weigering toekenning overbruggingsuitkering of anderszins compensatie vanwege een…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2104Centrale Raad van Beroep, 31 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag overbruggingsuitkering . De lijfrente-uitkering van appellante eindigde niet in de maand van haar 65ste verjaardag of de eerste dag van de maand na haar 65ste verjaardag. Hierdoor…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2105Centrale Raad van Beroep, 31 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag overbruggingsuitkering . De lijfrente-uitkering van appellant eindigde niet in de maand van zijn 65ste verjaardag of de eerste dag van de maand na zijn 65ste verjaardag. Hierdoor…

  • ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4671Rechtbank 's-Gravenhage, 28 november 2012 (civiel recht)

    Vendrik-effect. Bij de invoering van de VPL-wetgeving per 1 januari 2005 is de fiscale facilitering van onder meer vutregelingen afgeschaft, behalve voor werknemers geboren vóór 1 januari 1950…

  • ECLI:NL:GHARN:2012:BW7548Gerechtshof Arnhem, 5 juni 2012 (civiel recht)

    Uitleg beëindigingsregeling tussen bank en haar directeur, vooral m.b.t. pensioenafspraken. Vaststellingsovereenkomst? Leeftijdsdiscriminatie? VUT en Wet VPL.

  • ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2283Rechtbank Utrecht, 2 februari 2011 (civiel recht)

    Geschil tussen werkgever en gewezen werknemer over actuariële herrekening van prepensioen in het licht van de amendementen van Tweede Kamerlid Vendrik. Volledige actuariële herrekening is in dit…

  • ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4702Rechtbank Haarlem, 6 augustus 2009 (ambtenarenrecht)

    Ongegrondverklaring van het beroep van een staatsraad (eiseres) tegen besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (verweerder), waarbij verweerder zich primair niet bevoegd…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.