Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 32d LB

Geldt sinds 1 januari 2012

  1. 1

    De in Nederland wonende of gevestigde inhoudingsplichtige wordt geacht met het door hem verschuldigde loon van een in Nederland wonende werknemer tevens te verstrekken het loon dat de werknemer zonder toepassing van dit artikel zou hebben genoten als werknemer van een andere inhoudingsplichtige, indien: a.de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking tevens werkzaam is als werknemer van die andere inhoudingsplichtige onder de verplichting het hem toekomende loon af te staan aan de inhoudingsplichtige, en b.die andere inhoudingsplichtige het bedoelde loon rechtstreeks afdraagt aan de inhoudingsplichtige en aan de werknemer geen verstrekkingen verstrekt die niet vooraf aan de inhoudingsplichtige zijn medegedeeld. Aan de voorwaarde in de eerste volzin, onderdeel a, dat de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking tevens werkzaam is als werknemer van een andere inhoudingsplichtige is ook voldaan indien de inhoudingsplichtige waaraan het loon wordt afgestaan een lichaam is waarin de werknemer een aanmerkelijk belang heeft in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, de werknemer via dit lichaam een belang heeft in de andere inhoudingsplichtige en dit belang tezamen met zijn werkzaamheden voor die andere inhoudingsplichtige materieel grotendeels overeenkomt met het aandeel en de werkzaamheden van een vennoot in een vennootschap onder firma.

  2. 2

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een niet in Nederland wonende werknemer ingeval het aan de inhoudingsplichtige afgestane loon voor de toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting niet anders zou worden behandeld dan het door deze inhoudingsplichtige aan de werknemer uit te betalen loon.

  3. 3

    Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing als de inspecteur onder wie de inhoudingsplichtige ressorteert die zonder toepassing van deze leden belasting had moeten inhouden, op gezamenlijk verzoek van deze inhoudingsplichtige, de inhoudingsplichtige aan wie het loon wordt afgestaan en de werknemer bij voor bezwaar vatbare beschikking, die te allen tijde bij nadere, voor bezwaar vatbare, beschikking kan worden herroepen, heeft vastgesteld dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

  4. 4

    Het derde lid is niet van toepassing indien: a.de werknemer een aanmerkelijk belang heeft in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 in zowel de inhoudingsplichtige die zonder toepassing van dit artikel belasting had moeten inhouden als in de inhoudingsplichtige aan wie het loon wordt afgestaan, en b.de inhoudingsplichtige aan wie het loon wordt afgestaan aangifte doet in overeenstemming met het eerste of tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:1414Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2017 (belastingrecht)

    Gedifferentieerde premie werkhervattingskas (WHK); onderscheid tussen kleine werkgevers (premieberekening op basis van sectorgegevens) en grote werkgevers (individuele premieberekening); wat, bij een…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW4167Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2012 (belastingrecht)

    Art. 12a Wet LB 1964. Bepaling van het gebruikelijke loon. Afroommethode.

  • ECLI:NL:HR:1999:AA2806Hoge Raad, 9 juli 1999 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1995:AA3054Hoge Raad, 11 januari 1995 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHARL:2025:6774Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 oktober 2025 (belastingrecht)

    LH. Privaatrechtelijke dienstbetrekking

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2076Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 juni 2024 (belastingrecht)

    Belanghebbende is een B.V. De drie bestuurders van de B.V. zijn bij oprichting middelijk aandeelhouders geworden en houden ieder een belang van 5% via persoonlijke houdstervennootschappen (waarvan…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3116Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Eiseres voert in kort geding opheffing van een conservatoir beslag. Het beslag wordt opgeheven, omdat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering waarvoor beslag is gelegd en de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1250Gerechtshof Amsterdam, 16 maart 2023 (belastingrecht)

    IB/PVV. Gebruikelijkloonregeling.

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.