Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 12a LB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen: a.het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking; b.het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen; c.€ 58.000.

  2. 2

    Indien de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat het hoogste bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, wordt het loon in afwijking van het eerste lid gesteld op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

  3. 3

    Indien artikel 32d van toepassing is op het door een of meer lichamen verschuldigde loon, worden het eerste en tweede lid toegepast alsof de ten behoeve van deze andere lichamen verrichte arbeid is verricht ten behoeve van de inhoudingsplichtige die ingevolge artikel 32d geacht wordt het loon te verstrekken.

  4. 4

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien het bij toepassing van het eerste tot en met derde lid vast te stellen loon voor de arbeid in het lichaam, bedoeld in het eerste lid, en met het lichaam verbonden lichamen in het kalenderjaar niet hoger is dan € 5.000.

  5. 5

    Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a.partner: een in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangeduide persoon; b.een aanmerkelijk belang: een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001; c.meest vergelijkbare dienstbetrekking: de dienstbetrekking die van alle dienstbetrekkingen: 1°. waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt; 2°. die bekend zijn bij de inhoudingsplichtige en de inspecteur; 3°. waarvan het loon bekend is of in redelijkheid geschat kan worden; en 4°. waarvan het loon niet op een ander bedrag is vastgesteld dan in het economische verkeer gebruikelijk is; het meest vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, aanhef; d.met het lichaam verbonden lichamen: met het lichaam verbonden vennootschappen als bedoeld in artikel 10a, zevende lid.

  6. 6

    De inspecteur die aannemelijk maakt dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger is dan het bedrag waarop het loon door de inhoudingsplichtige gesteld is, overlegt aan de inhoudingsplichtige ten minste de criteria op basis waarvan de inspecteur heeft vastgesteld dat de door de inspecteur aangedragen dienstbetrekking de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.

  7. 7

    Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor van artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:123Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    Inkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, verlengde navorderingstermijn

  • ECLI:NL:PHR:2024:1422Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Art. 10, 31, 31a, 32bb Wet LB. In hoeverre werkt de verruiming van het Wet LB-loonbegrip als gevolg van de invoering van de werkkostenregeling door naar het loonbegrip dat wordt gehanteerd in het…

  • ECLI:NL:HR:2024:1394Hoge Raad, 4 oktober 2024 (belastingrecht)

    Boetebeschikkingen; artt. 67d en 67e AWR; ECLI:NL:HR:2022:526; (voorwaardelijk) opzet; overtuigend aantonen; geen gebruikelijk loon aangegeven vanwege arbeid voor vennootschap van partner.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1070Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen in een zaak waarin de Inspecteur ten onrechte in een informatieverzoek aan Jersey heeft aangegeven dat er sprake was van ‘criminal tax matters’. Gevolgen voor de…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5876Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Vereiste aangifte. Redelijke schatting.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7179Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6133Rechtbank Gelderland, 29 juli 2026 (belastingrecht)

    In een eerder jaar niet afgetrokken negatief loon kan niet in een later jaar alsnog worden afgetrokken. Van een gestelde regresvordering is niet gebleken, afwaardering van een zodanige vordering is…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5528Rechtbank Gelderland, 10 juli 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV Gebruikelijk loon DGA. Belanghebbbende maakt geen feiten en omstandigheden aannemelijk die leiden tot een lager loon dan het normbedrag.

475 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.