Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 24 LB

Geldt sinds 1 januari 2006

Voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 22d ter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHLEE:2005:AT6218Gerechtshof Leeuwarden, 20 mei 2005 (belastingrecht)

    In geschil is het antwoord op de vraag of de onderhavige navorderingsaanslag, met daarin begrepen een verhoging van 100% van het nagevorderde bedrag, terecht aan de belanghebbende is opgelegd.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.