Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 3 LB

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van: a.degene, die, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt; b.degene, die de in onderdeel a bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c.degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; d.degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; e.degene, die werkzaam is om vakbekwaamheid te verwerven, onder wie mede wordt begrepen degene, die als leerling van een instelling van onderwijs praktisch werkzaam is, alsmede degene, die aan een bedrijfsschool opleiding ontvangt, een en ander indien een beloning wordt genoten, die niet uitsluitend bestaat in het ontvangen van onderricht; f.het kind van 15 jaar of ouder dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder, tenzij die onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met het kind en het kind daaruit als ondernemer als bedoeld in artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 winst uit onderneming geniet; g.degene, die in de zin van artikel 4 van de Ziektewet (Stb. 1987, 88) als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie; h.de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, mits hij geen niet uitvoerende bestuurder als bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is.

  2. 2

    Het eerste lid, onderdelen a en b, vindt geen toepassing indien de in onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:1033Hoge Raad, 3 juni 2016 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BM7364Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2010 (belastingrecht)

    Artikel 6, lid 1, letters b en c, Wet LB 1964. Belanghebbende is inhoudingsplichtige ter zake van uitkeringen wegens afkoop van aanspraken op (overbruggings)pensioen. De voetbalclubs hebben deze…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH0499Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2009 (belastingrecht)

    Artikelen 2.14, 3.5, 3.81 en 3.90 Wet IB 2001. Vormen uit commissariaten verkregen inkomsten winst uit onderneming of is sprake van loon uit dienstbetrekking dan wel van belastbaar resultaat uit…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BA6413Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2008 (belastingrecht)

    Artikel 3.4, 3.5 en 3.156, lid 1, Wet IB 2001. Vormen commissariaten en adviseurschappen tezamen een onderneming? Komt bij de beoordeling of sprake is van ondernemerschap betekenis toe aan de…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1340Centrale Raad van Beroep, 7 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte WIA-dagloon. Juiste referteperiode. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat het Uwv de stagevergoeding die appellante heeft ontvangen van werkgever 2 terecht heeft…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:2995Gerechtshof Den Haag, 5 november 2019 (belastingrecht)

    Naheffing loonheffingen. Belanghebbende stelt twee lassers ter beschikking aan derden voor werkzaamheden. Er is naar het oordeel van het Hof sprake van een fictieve dienstbetrekking met…

  • ECLI:NL:RBZWB:2019:1153Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 maart 2019 (belastingrecht)

    Art. 3, 13a, 10a en 32bb Wet LB; art. 14 EVRM; art. 2:132 BW; De inspecteur heeft terecht de voordelen uit de rechten op levering van aandelen betrokken in de berekening van de pseudo-eindheffing…

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:2024Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 maart 2018 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft als toezichthouder bij een Raad van Toezicht vacatiegelden ontvangen. Tussen partijen is niet in geschil dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 2, lid 6, van de Wet LB (de…

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.