Wet op de loonbelasting 1964

LB

Huidige tekst

Artikel 10a LB

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Ingeval in het kader van een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking met een werknemer een aandelenoptierecht is overeengekomen, behoort niet de waarde van dat recht tot het loon doch: a.de waarde in het economische verkeer van de bij uitoefening van dat recht verkregen aandelen ten tijde van: 1°. de uitoefening van dat recht ingeval de verkregen aandelen onmiddellijk verhandelbaar zijn; of 2°. het verhandelbaar worden van de verkregen aandelen ingeval deze niet onmiddellijk verhandelbaar zijn; of b.hetgeen door de werknemer wordt genoten ter zake van de vervreemding van dat recht.

  2. 2

    Het loon dat ingevolge dit artikel, met uitzondering van het dertiende lid in aanmerking wordt genomen, wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake van het aandelenoptierecht in rekening is gebracht, maar niet verder dan tot nihil.

  3. 3

    Indien zulks plaatsvindt in het kader van een aandelenfusie, een splitsing van een rechtspersoon, een fusie van een rechtspersoon of een overname van 50% of meer van de aandelen in de inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap wordt als uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht niet beschouwd: a.het wijzigen van de voorwaarden van het optierecht terzake van het aandeel waarop het optierecht ziet, of b.het vervangen van het optierecht door een ander aandelenoptierecht waarbij dat andere optierecht ziet op een ander aandeel, tenzij aannemelijk is dat het wijzigen of het vervangen van het aandelenoptierecht, in meer dan betekenende mate plaatsvindt om belastingheffing ter zake van het recht uit te stellen of te ontgaan.

  4. 4

    Onder vervreemding wordt mede begrepen het formeel of feitelijk tot voorwerp van zekerheid worden, het brengen in het vermogen van een onderneming, alsmede het ontvangen van een schadeloosstelling als bedoeld in artikel 334p, eerste lid, of artikel 320, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De overgang onder algemene titel van een aandelenoptierecht wordt niet als een vervreemding aangemerkt.

  5. 5

    Ingeval bij vervreemding van een aandelenoptierecht de tegenprestatie ontbreekt of is bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst, wordt als genoten bedrag aangemerkt de waarde in het economische verkeer welke ten tijde van de vervreemding aan het recht kan worden toegekend.

  6. 6

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een aandelenoptierecht verstaan een recht om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven in de inhoudingsplichtige vennootschap of in een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap, of een daarmee gelijk te stellen recht.

  7. 7

    Voor de toepassing van deze wet wordt onder een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap verstaan: a.een vennootschap waarin de inhoudingsplichtige voor ten minste een derde gedeelte belang heeft; b.een vennootschap die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de inhoudingsplichtige; c.een vennootschap waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang heeft, terwijl deze derde tevens voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de inhoudingsplichtige.

  8. 8

    Voor de toepassing van dit artikel wordt, indien een inhoudingsplichtige vennootschap of een met de inhoudingsplichtige vennootschap verbonden vennootschap is betrokken bij een splitsing of een fusie op de voet van artikel 334a onderscheidenlijk artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, onder die vennootschap mede verstaan de verkrijgende vennootschap in de zin van die artikelen alsmede de vennootschap die vóór de splitsing onderscheidenlijk fusie werd aangemerkt als een met de inhoudingsplichtige vennootschap verbonden vennootschap.

  9. 9

    Indien de bij uitoefening van een aandelenoptierecht als bedoeld in het eerste lid verkregen aandelen op grond van een ter zake van dat aandelenoptierecht op de werknemer van toepassing zijnde contractuele bepaling gedurende een bepaalde periode niet verhandelbaar zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, worden die aandelen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, en artikel 13a, vierde lid, onderdeel b, uiterlijk na een periode van vijf jaar na beursgang van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden dan wel indien deze vennootschap bij uitoefening van het aandelenoptierecht reeds beursgenoteerd is uiterlijk na een periode van vijf jaar na uitoefening van het aandelenoptierecht geacht verhandelbaar te zijn, met dien verstande dat de aandelen ook na die periode van vijf jaar niet geacht worden verhandelbaar te zijn zolang de aandelen ingevolge een wettelijke bepaling niet verhandelbaar zijn.

  10. 10

    Indien de bij uitoefening van een aandelenoptierecht als bedoeld in het eerste lid verkregen aandelen waarop het eerste lid, onderdeel a, nog geen toepassing heeft gevonden worden vervangen door andere aandelen als bedoeld in het derde lid, vindt de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, artikel 13a, vierde lid, onderdeel a, en artikel 32bb, vijfde lid, onderdeel b, plaats met betrekking tot die andere aandelen, met dien verstande dat ingeval die andere aandelen onmiddellijk verhandelbaar zijn de waarde in het economische verkeer van die andere aandelen ten tijde van het vervangen van de verkregen aandelen door die andere aandelen in aanmerking wordt genomen.

  11. 11

    Indien verkregen aandelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, niet onmiddellijk verhandelbaar zijn als gevolg van een op de werknemer van toepassing zijnde contractuele of wettelijke bepaling en de werknemer in strijd met die bepaling de verkregen aandelen vervreemdt voordat het aandelenoptierecht ingevolge het eerste lid, met inachtneming van de termijn, bedoeld in het negende lid, in de heffing is betrokken, behoort in zoverre in afwijking van het eerste lid tot het loon hetgeen met overeenkomstige toepassing van het vijfde lid door de werknemer wordt genoten ter zake van de vervreemding van de verkregen aandelen. Het loon dat ingevolge de eerste zin in aanmerking wordt genomen, wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake van de schending van de bepaling, bedoeld in de eerste zin, in rekening is gebracht, maar niet verder dan tot nihil.

  12. 12

    Indien de bij uitoefening van een aandelenoptierecht als bedoeld in het eerste lid verkregen aandelen niet onmiddellijk verhandelbaar zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt naar keuze van de werknemer in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, tot het loon gerekend de waarde in het economische verkeer van de bij uitoefening van dat recht verkregen aandelen ten tijde van de uitoefening van dat recht. De eerste zin is slechts van toepassing indien de werknemer de keuze, bedoeld in de eerste zin, uiterlijk op het moment van uitoefening van het recht, bedoeld in de eerste zin, schriftelijk kenbaar maakt aan de inhoudingsplichtige. De inhoudingsplichtige bewaart de vastlegging van de keuze van de werknemer bij de loonadministratie.

  13. 13

    Tot het loon ter zake van een aandelenoptierecht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden mede gerekend de voordelen die de werknemer geniet uit de bij uitoefening van dat aandelenoptierecht verkregen aandelen waarop het eerste lid, onderdeel a, en het twaalfde lid nog geen toepassing hebben gevonden, verminderd met de op die voordelen betrekking hebbende kosten, maar niet verder dan tot nihil.

  14. 14

    Indien de bij uitoefening van een aandelenoptierecht als bedoeld in het eerste lid verkregen aandelen niet onmiddellijk verhandelbaar zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, en het verhandelbaar worden van die aandelen deels of geheel afhankelijk is van onzekere factoren die grotendeels buiten de invloedsfeer van de werknemer liggen, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot situaties waarin bepaalde aandelen voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, worden geacht niet, deels of geheel verhandelbaar te worden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:463Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Correctie naar waarde in het economisch verkeer (art. 4.22 Wet IB); genietingstijdstip vervreemdingsvoordelen; vereiste aangifte; omkering en verzwaring van de bewijslast. In deze conclusie gaat A-G…

  • ECLI:NL:PHR:2021:842Parket bij de Hoge Raad, 17 september 2021 (belastingrecht)

    Crisisheffing; inhoudingsplicht; managementbeloning bij beursgang met medeweten werkgever verstrekt door 'andere concernmaatschappij' (HR BNB 2001/82)? Art. 10 en art. 32bd Wet LB 1964; Eigen…

  • ECLI:NL:HR:2020:1877Hoge Raad, 27 november 2020 (belastingrecht)

    ‘Performance Shares’ en ‘Conversion Shares’ aandelenoptierechten als bedoeld in art. 10a, lid 6, Wet LB 1964? Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen (art. 32bb Wet LB 1964); naheffing.

  • ECLI:NL:HR:2017:2459Hoge Raad, 29 september 2017 (belastingrecht)

    Artikel 10a, lid 1, Wet LB 1964 (tekst van 26 juni 1998 tot 28 december 2000). Tegen vergoeding niet uitoefenen van optierechten is aan te merken als vervreemding.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:4470Rechtbank Gelderland, 5 juni 2026 (belastingrecht)

    (Navorderings)aanslagen IB/PVV 2015 t/m 2020. Geen omkering + verzwaring bewijslast voor alle jaren, omdat m.b.t. primaire grond sprake is van pleitbaar standpunt en m.b.t. subsidiaire grond de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16425Rechtbank Den Haag, 9 april 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV - Eiser maakt niet aannemelijk dat sprake is van een verlies uit lucratief belang.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16437Rechtbank Den Haag, 9 april 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:7273Rechtbank Gelderland, 26 augustus 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft in 2016 en 2017 respectievelijk € 151.920 en € 1.868.988 ontvangen. In geschil is of deze betalingen moeten worden aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.…

87 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.