Participatiewet

Pw

Huidige tekst

Artikel 31 Pw

Geldt sinds 1 juli 2026

Middelen 1 Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001. 2 Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend: a.de middelen die deze ontvangt ten behoeve van het levensonderhoud van een niet in de bijstand begrepen persoon; b.kinderbijslag ontvangen ten behoeve van zijn in of buiten Nederland woonachtige kinderen; c.de jonggehandicaptenkorting; d.tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; e.eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit; f.vergoedingen en tegemoetkomingen voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend; g.vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend; h.inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen; i.rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden; j.een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 3.398,00 per 1 juli 2026: € 3.446,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; k.een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per persoon; l.bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m.giften, voor zover de som van deze giften en de bijdragen, bedoeld in artikel 18, achtste lid, niet meer bedraagt dan € 1.200,00 per kalenderjaar; n.inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 285,00 per 1 juli 2026: € 289,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; o.de eenmalige energietoeslag, bedoeld in artikel 35, vierde lid of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78ee, tweede lid; p.een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet; q.een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; r.inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 177,66 per 1 juli 2026: € 180,17 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en onderdeel y, z of aa niet van toepassing is, ingeval: 1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar, 2°. de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en 3°. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; s.giften, voor zover zij niet op grond van onderdeel m van de middelen zijn uitgezonderd, en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade, voor zover deze giften en vergoedingen naar het oordeel van het college in het individuele geval en uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; t.tegemoetkomingen op grond van artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; u.hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 als blijk van waardering ontvangt; v.een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 20, derde lid, reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijstand; w.de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 78gg; x.vervallen; y.inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per 1 juli 2026: € 182,73 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n van toepassing is; z.inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per 1 juli 2026: € 182,73 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel y van toepassing is; aa. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per 1 juli 2026: € 182,73 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in onderdeel z, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. 3 De middelen worden in aanmerking genomen tot het bedrag dat resteert na aftrek van: a.de daarover door de belanghebbende verschuldigde loonbelasting of inkomstenbelasting; b.de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen dan wel een inhouding die met een of meer van deze premies overeenkomt alsmede de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet; c.ten laste van de belanghebbende komende verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling en daarmee vergelijkbare regelingen; d.andere ten laste van de belanghebbende komende verplichte inhoudingen. 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen. 5 Het tweede lid, onderdelen c, j, k, n en r, zijn niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar, met dien verstande dat onderdeel j wel van toepassing is als het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 6 Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan het op verzoek van het college: a.indienen door de belanghebbende van een aanvraag tot vervroeging van de ingangsdatum van een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zolang de belanghebbende nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; of b.benutten van de mogelijkheid om te beschikken over de waarde van een lijfrente overeenkomstig artikel 15, tweede lid, onderdeel b, alsmede om te beschikken over een waardetoename van die lijfrente.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:416Hoge Raad, 4 april 2023 (strafrecht)

    Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder bank op saldo van € 6.272,91 (met terugwerkende kracht uitbetaalde bijstandsuitkering) op bankrekening t.n.v. klaagster t.z.v. verdenking van oplichting…

  • ECLI:NL:PHR:2023:181Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag (art. 552a Sv) over beslag (art. 94a Sv) op banktegoed wegens verdenking van verduistering, oplichting en witwassen na terugwijzing (HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:41).…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ7320Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2011 (belastingrecht)

    Artt. 6.13, lid 1, 6.1, lid 3, Wet IB 2001; dienen ter leen ontvangen bedragen van een studerend kind in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage van een ouder…

  • ECLI:NL:PHR:1983:AG4683Parket bij de Hoge Raad, 19 september 1983 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Verhuis-en inrichtingskosten art. 7A:1623 e lid 6 BW (thans art. 7:275 BW) en door huurder aangebrachte verbeteringen. Tegemoetkoming in de verhuis-en inrichtingskosten uit art.…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1103Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Intrekking en terugvordering van bijstand. Boete. Afwijzing aanvraag. Schending inlichtingenverplichting. Op geld waardeerbare werkzaamheden als arbeidsbemiddelaar. Kasstortingen en bijschrijvingen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:5044Rechtbank Oost-Brabant, 3 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Pw. Herziening wegens mentorschap. De mentorvergoeding die wordt ontvangen bestaat uit twee componenten. Enkel de beloningscomponent van de mentorvergoeding is aan te merken als inkomen in de zin van…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6244Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Pw, herziening en terugvordering bijstand, inlichtingenplicht geschonden, eiser kan beschikken over inkomsten o.g.v. zorgovereenkomst, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6110Rechtbank Amsterdam, 18 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De rechtbank is van oordeel dat het college de bijstandsuitkering van eiseres terecht heeft herzien en teruggevorderd. Sprake is geweest van meerdere kentekens die kortstondig op naam van eiseres…

986 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.