Participatiewet

Pw

Huidige tekst

Artikel 10a Pw

Geldt sinds 1 januari 2009

Participatieplaatsen 1 Het college kan ter uitvoering van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, degene die algemene bijstand ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. 2 Onder additionele werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden primair op de arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden verstaan die onder verantwoordelijkheid van het college in het kader van deze wet worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 3 Voor de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, worden werkzaamheden, verricht in het kader van een andere voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, voor maximaal zes maanden buiten beschouwing gelaten indien er naar het oordeel van het college een reëel uitzicht is op een dienstbetrekking bij degene bij wie de werkzaamheden worden verricht van dezelfde of grotere omvang die aanvangt tijdens of aansluitend op die zes maanden. 4 Voor de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, worden werkzaamheden verricht voor 1 januari 2007, buiten beschouwing gelaten. 5 Het college biedt aan degene die op grond van dit artikel additionele werkzaamheden verricht en die niet beschikt over een startkwalificatie na een periode van zes maanden na aanvang van die werkzaamheden een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan in de vorm van scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de belanghebbende te boven gaat. Geen scholing of opleiding wordt aangeboden indien scholing of opleiding naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van belanghebbende. 6 Het college verstrekt aan belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden op grond van dit artikel additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. 7 Indien het college en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn overeengekomen dat artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van toepassing is op een persoon aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt, dient bij de toepassing van het eerste lid voor «algemene bijstand» te worden gelezen: uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 8 Met betrekking tot degene die op grond van het eerste lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het college na een periode van negen maanden na de aanvang van die werkzaamheden of de toepassing van dit artikel zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces heeft vergroot. Indien dat niet het geval is wordt het verrichten van de additionele werkzaamheden twaalf maanden na aanvang van die werkzaamheden beëindigd. 9 Met betrekking tot degene die op grond van het eerste lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het college voor afloop van de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, of de voortzetting daarvan met het oog op in de persoon gelegen factoren zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces aanmerkelijk verbetert. Indien dat het geval is, kan het college de termijn van twee jaar verlengen met een jaar, onder de voorwaarde dat de belanghebbende in het derde jaar in een andere omgeving andere additionele werkzaamheden verricht dan die hij in de eerste twee jaar heeft verricht. 10 Indien de termijn van twee jaar is verlengd op grond van het negende lid, beoordeelt het college voor afloop van het derde jaar of de voortzetting daarvan met het oog op in de persoon gelegen factoren zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces aanmerkelijk verbetert. Indien dat het geval is, kan het college de termijn nogmaals verlengen met een jaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:698Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2020 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Verrichten van werkzaamheden door uitkeringsgerechtigde op participatieplaats (Participatiewet). Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken (art. 7:610 BW)…

  • ECLI:NL:PHR:2018:409Parket bij de Hoge Raad, 13 april 2018 (civiel recht)

    Huwelijksgoederenrecht. Art. 1 lid 8 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps). Kunnen door een echtgenoot in de Verenigde Staten opgebouwde pensioenvoorzieningen worden aangemerkt als…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1321Centrale Raad van Beroep, 25 juni 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag participatiepremie; additionele werkzaamheden. Toekenning participatiepremie; toetsing avv voor wat betreft de hoogte van de premie. De werkzaamheden van appellante bij drie…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:1046Rechtbank Gelderland, 28 februari 2022 (socialezekerheidsrecht)

    20/5616: het Werkbedrijf heeft met het primaire besluit namens verweerder de voorziening Participatieplaats op grond van de Participatiewet (Pw) ten onrechte beëindigd. In bezwaar heeft verweerder…

  • ECLI:NL:RBOVE:2021:624Rechtbank Overijssel, 12 februari 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Terecht geen toestemming verleend om met behoud van PW-uitkering een opleiding in de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) te volgen; beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:251Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 januari 2021 (bestuursrecht)

    PW

  • ECLI:NL:RBNNE:2019:2785Rechtbank Noord-Nederland, 23 april 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Bij besluit van 17 oktober 2017 (het primaire besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder eiseres een premie van € 98,73 toegekend voor een participatieplaats van 6 januari 2014…

  • ECLI:NL:RBOBR:2019:2225Rechtbank Oost-Brabant, 18 april 2019 (socialezekerheidsrecht)

    Transitievergoeding Eiseres heeft bij ontslag uit haar deeltijdbaan als pedagogisch medewerkster op 29 mei 2016 een Transitievergoeding (art. 7:673 BW) van € 528,28 netto gekregen. Het college heeft…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.