Participatiewet

Pw

Huidige tekst

Artikel 3 Pw

Geldt sinds 1 januari 2026

Gezamenlijke huishouding en woning 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a.echtgenoot: geregistreerde partner; b.echtgenoten: geregistreerde partners; c.huwelijk: geregistreerd partnerschap; d.gehuwd: als partner geregistreerd; e.gehuwde: als partner geregistreerde; f.gehuwden: als partners geregistreerden; g.echtscheiding: beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of vermissing. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a.als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een aanverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de eerste graad of indien er sprake is van een zorgbehoefte van of verleend door een bijstandsgerechtigde die de aanleiding vormt om samen te wonen, ongeacht of er sprake is van bloedverwantschap, gedurende de periode dat die zorg wordt verleend; b.als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 3 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 4 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a.zij in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand met elkaar gehuwd zijn geweest of voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; b.uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c.zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d.zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid. 5 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d. 6 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip. 7 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde. 8 Onder voormalig pleegkind wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1160Hoge Raad, 13 september 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Verzekeringsrecht. Procesrecht. Bij eenzijdig motorongeval loopt passagier zwaar letsel op. UWV zoekt voor aan passagier gedane uitkeringen o.g.v. art. 99 WIA verhaal op WAM-verzekeraar van…

  • ECLI:NL:PHR:2024:189Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2024 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Regresrecht UWV ex art. 99 lid 1 WIA op veroorzaker verkeersongeval in verband met uitkeringen aan gewond geraakt bijrijdster. Beperking van dat regresrecht voor gevallen waarin…

  • ECLI:NL:PHR:2024:57Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Bewijsklachten over bijstandsfraude over een periode van tien jaar door niet melden van een gezamenlijke huishouding met ex-man en van medebewoning door volwassen kinderen. Ook…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1244Parket bij de Hoge Raad, 24 november 2020 (strafrecht)

    Bijstandsfraude door o.a. niet melden dat verdachte een gezamenlijke huishouding voerde met medeverdachte (art. 227b en art. 416 Sr) en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie (art. 26.1…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2711Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 oktober 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek van voorarrest voor het meermalen in eendaadse samenloop medeplegen van het (verlengd) invoeren en vervoeren van…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10356Rechtbank Rotterdam, 21 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Sv, bijstand, vovo, aanvraag afgewezen, onweerlegbaar rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, geen afstemming.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20763Rechtbank Den Haag, 21 juli 2026 (bestuursrecht)

    Beroep. Eiser heeft verweerder verzocht om een persoonlijke betalingsregeling om zijn toeslagenschuld terug te betalen. Verweerder mocht de aanvraag om een persoonlijke betalingsregeling afwijzen.…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2686Rechtbank Overijssel, 21 mei 2026 (belastingrecht)

    Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; Uitvoeringsregeling Awir; Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; persoonlijke betalingsregeling; beroep ongegrond.

1.173 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.