Participatiewet

Pw

Huidige tekst

Artikel 76 Pw

Geldt sinds 1 januari 2013

Aanwijzing en voorzieningen 1 Onze Minister kan, indien hij met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen vaststelt, aan het college, nadat het college gedurende acht weken in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, een aanwijzing geven. Hij treedt daarbij niet in de besluitvorming inzake individuele gevallen. 2 In de aanwijzing wordt een termijn opgenomen waarbinnen het college de uitvoering in overeenstemming heeft gebracht met de aanwijzing. 3 Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, totdat: a.hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven; b.hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing opgenomen verplichtingen heeft voldaan; c.hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing. 4 Onze Minister stelt, indien hij van oordeel is, dat het college, na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, in artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of in artikel 87 van de Wet investeren in jongeren, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt, 1 procent lager vast. 5 Onze Minister stelt, indien hij van oordeel is, dat het college twaalf maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, nog geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het tweede jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt en de daaropvolgende jaren, telkens ten hoogste 3 procent lager vast.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:661Hoge Raad, 21 april 2023 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Verhouding eenzijdig wijzigingsbeding in arbeidsovereenkomst (art. 7:613 BW) en pensioenovereenkomst (art. 19 Pw). Toepasselijkheid wijzigingsverbod opgebouwde aanspraken (art. 20 Pw)…

  • ECLI:NL:PHR:2022:617Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Pensioenrecht. Procesrecht. Art. 19 Pw/art. 7:613 BW en art. 20 Pw. Wijzigingsbeding in arbeidsovereenkomst en (t.b.v. werkgever) in pensioenreglement. Wijziging van onvoorwaardelijke toeslag voor…

  • ECLI:NL:PHR:2022:618Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Pensioenrecht. Procesrecht. Art. 19 Pw/art. 7:613 BW en art. 20 Pw. Wijzigingsbeding in arbeidsovereenkomst en (t.b.v. werkgever) in pensioenreglement. Wijziging van onvoorwaardelijke toeslag voor…

  • ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9352Rechtbank 's-Gravenhage, 4 oktober 2006 (civiel recht)

    Kort geding over (onaangekondigde) huisbezoeken die gemeenten afleggen bij personen die een bijstandsuitkering ontvangen of aanvragen. Eisers vorderen onder meer een verbod op die huisbezoeken en een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.