Participatiewet

Pw

Huidige tekst

Artikel 10d Pw

Geldt sinds 1 januari 2026

Loonkostensubsidie 1 Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, verleent het college ambtshalve dan wel op aanvraag van de werkgever of die persoon loonkostensubsidie aan de werkgever: a.met inachtneming van het vierde lid, nadat het college eerst de loonwaarde van die persoon heeft vastgesteld en de dienstbetrekking tot stand komt, dan wel b. met inachtneming van het vijfde lid, nadat het college in overleg met de werkgever heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde van die persoon achterwege kan blijven en de dienstbetrekking tot stand komt. 2 Het college verleent op aanvraag van de werkgever of werknemer, gedaan binnen zes maanden na het begin van de dienstbetrekking, in aanvulling op de artikelen 7 en 7a, loonkostensubsidie als na vaststelling door het college blijkt dat de persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon en die persoon in de periode van zes maanden voorafgaand aan de dienstbetrekking: a.deelnam aan: 1°. het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; 2°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of 3°. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; b.een persoon was als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 7a, eerste lid, onderdeel a; dan wel c. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgde zonder een startkwalificatie te hebben behaald, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een persoon als bedoeld in artikel 7a, derde lid, die een leer-werktraject volgt. 3 Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien de arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening. 4 De hoogte van de loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, is het verschil tussen het wettelijk minimumloon vermeerderd met de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de loonwaarde van die persoon vermeerderd met de voor die persoon naar rato van de loonwaarde rechtens geldende vakantiebijslag, maar is ten hoogste 70 procent van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor werkgeverslasten. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd of vermeerderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter of langer is dan 36 uren per week. De overeengekomen arbeidsduur, bedoeld in de vorige zin, is maximaal de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekkingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen. 5 De hoogte van de loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt gedurende een periode van maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking 50 procent van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor werkgeverslasten. Over het tijdvak na die periode stelt het college de loonwaarde vast en verleent het college loonkostensubsidie met inachtneming van het vierde lid. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd of vermeerderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter of langer is dan 36 uren per week. De overeengekomen arbeidsduur, bedoeld in de vorige zin, is maximaal de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekkingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen. 6 Het college bepaalt na aanvang van de dienstbetrekking bij toepassing van het vierde lid ambtshalve in overleg met de persoon en met de werkgever wanneer de loonwaarde opnieuw wordt vastgesteld en past, indien de hoogte van de loonwaarde is gewijzigd, de hoogte van de loonkostensubsidie aan. 7 Het college stelt na aanvang van de dienstbetrekking de hoogte van de loonkostensubsidie ambtshalve opnieuw vast met ingang van 1 januari van het kalenderjaar in overeenstemming met de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in de periode van 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar tot en met 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de loonkostensubsidie opnieuw wordt vastgesteld, en de vergoeding voor werkgeverslasten, bedoeld in het vierde en vijfde lid. 8 Het eerste en tweede lid zijn niet langer op een persoon van toepassing, vanaf het moment dat is vastgesteld dat die persoon niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 9 Indien het college loonkostensubsidie als bedoeld in dit artikel verleent, verleent het ten aanzien van dezelfde dienstbetrekking geen andere subsidie voor de loonkosten. 10 Indien een persoon in een dienstbetrekking waarbij loonkostensubsidie als bedoeld in dit artikel wordt verleend zijn woonplaats verplaatst naar een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, wordt gedurende die dienstbetrekking onder college in dit artikel verstaan het college dat op grond van het eerste of tweede lid de loonkostensubsidie verleende. 11 Dit lid is nog niet in werking getreden. 12 De beschikking tot loonkostensubsidie wordt genomen binnen vijf weken: a.nadat de loonwaarde is vastgesteld, bedoeld in artikel 10d, eerste lid, aanhef en onderdeel a; of b.nadat is vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde achterwege kan blijven, bedoeld in artikel 10d, eerste lid, aanhef en onderdeel b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:698Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2020 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Verrichten van werkzaamheden door uitkeringsgerechtigde op participatieplaats (Participatiewet). Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken (art. 7:610 BW)…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7935Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de door het UWV afgewezen aanvraag voor een Indicatie banenafspraak. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. De rechtbank beoordeelt of het UWV in de bezwaarprocedure op…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1046Rechtbank Midden-Nederland, 18 maart 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag vervoersvoorziening. Artikel 35 Wet WIA. Loonkostensubsidie. Het Uwv is onbevoegd. Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Geen bijzondere omstandigheden.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:1225Centrale Raad van Beroep, 5 augustus 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling loonwaarde. Besluitkarakter. Procesbelang. Het gaat nog om de vraag of de rechtbank de rechtsgevolgen van bestreden besluiten 2 en 3 terecht in stand heeft gelaten. Het besluit dat is…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:929Centrale Raad van Beroep, 11 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning Indicatie Banenafspraak terecht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met een in beroep overgelegd rapport nader toegelicht op grond waarvan appellante niet als volledig en duurzaam…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1731Centrale Raad van Beroep, 4 september 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering toekennen WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. De geselecteerde functies zijn passend voor appellante. Duur…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:5338Rechtbank Gelderland, 30 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep tegen het niet toekennen van een indicatie banenafspraak ongegrond. Eiser behoort niet tot één van de in artikel 38b, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:6324Rechtbank Rotterdam, 11 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    SV. Het geschil in beroep spitst zich alleen toe op de vraag of eiser niet alleen volledig, maar ook duurzaam arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft afdoende en inzichtelijk gemotiveerd dat eiser wel…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.