Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 9:1 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Een persoon die in een accommodatie verblijft en aan wie tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, wordt voor de toepassing van deze wet vanaf het moment van opname in de accommodatie aangemerkt als betrokkene aan wie op grond van een zorgmachtiging verplichte zorg strekkende tot opname in een accommodatie wordt verleend. Ten aanzien van een dergelijke persoon is voor zijn verblijf in de accommodatie en de behandeling van zijn psychische stoornis het bepaalde in deze paragraaf van toepassing.

  2. 2

    Voor een persoon die met zijn instemming in een accommodatie verblijft en die: a. tevens forensisch patiënt in de zin van artikel 1.1 van de Wet forensische zorg is, dan wel b. aan wie de voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, of ten aanzien van wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voorwaardelijk is beëindigd, gelden de artikelen 8:14, 8:15, 9:2 en 9:9 van deze wet. Hoofdstuk 10 is van overeenkomstige toepassing op beslissingen ingevolge de artikelen 8:14, 8:15, 9:2 en 9:9.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:23Parket bij de Hoge Raad, 7 januari 2022 (civiel recht)

    Wvggz. Klacht tegen dwangmedicatie (art. 8:9 Wvggz). Motivering duur behandeling.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1574Rechtbank Midden-Nederland, 17 maart 2026 (civiel recht)

    ZM aangevraagd m.u.v. opname in accomodatie. Betr. heeft een TBS met voorwaardelijke beeïndiging. Ter discussie staat of de ZM en TBS naast elkaar kunnen bestaan. RB oordeelt dat dit wel kan, maar in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:7857Rechtbank Amsterdam, 3 oktober 2025 (personen- en familierecht)

    Beslissing over een klacht en schadevergoeding ex artikel 10:7 lid 1 en 10:11 van de Wet. Deels gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:9277Rechtbank Limburg, 23 september 2025 (civiel recht)

    Klacht - Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Is aanpassing huisregels ex 8:15 Wvggz mogelijk wegens personeelskrapte? Verplichte bijstand door advocaat voor Wvggz-accommodatie in…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:8895Rechtbank Oost-Brabant, 1 juli 2025 (personen- en familierecht)

    Klachtzaak. Verzoeker klaagt over een beperking in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank verklaart de klacht ten aanzien van het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk, omdat geen…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1349Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Hoger beroep schadevergoeding Wvggz.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:93Rechtbank Midden-Nederland, 9 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Wvggz, klacht over huisregels. Een instelling kan op grond van artikel 8:15 Wvggz huisregels opstellen die nodig zijn voor de ordelijke gang van zaken en veiligheid in de accommodatie, passend bij de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:8480Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 november 2024 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging in aanvulling op een forensisch zorgkader

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.