Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 1:3 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene die jonger is dan zestien jaar, treedt of treden op: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent.

  2. 2

    Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene van zestien of zeventien jaar, treedt of treden op: a.de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of b.indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is en niet meerderjarig is: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent.

  3. 3

    Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een meerderjarige betrokkene treedt op: a.de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of b.indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is: – de curator of mentor, of indien deze ontbreekt, – de gemachtigde, bedoeld onder a, of indien deze ontbreekt, – de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, of indien deze dat niet wenst of deze ontbreekt, – een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind, tenzij deze dat niet wenst, of deze ontbreekt.

  4. 4

    Indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van zijn rechten en plichten op grond van deze wet in staat is en geen vertegenwoordiger als bedoeld in de vorige leden optreedt, doet de zorgaanbieder een verzoek voor een mentorschap als bedoeld in artikel 451, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

  5. 5

    De door betrokkene gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, dient meerderjarig en handelingsbekwaam te zijn en schriftelijk te verklaren, bereid te zijn om als vertegenwoordiger op te treden.

  6. 6

    Als gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen niet optreden: a.de zorgaanbieder, b.de geneesheer-directeur, c.de zorgverantwoordelijke, d.een zorgverlener, of e.een medewerker van de zorgaanbieder.

  7. 7

    De vertegenwoordiger betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger en is gehouden betrokkene zoveel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken.

  8. 8

    De meerderjarige betrokkene die onder curatele is gesteld of ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, alsmede de minderjarige betrokkene zijn bekwaam om op grond van deze wet in rechte op te treden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1585Hoge Raad, 2 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Art. 6:1 Wvggz. Had rechtbank moeten onderzoeken of betrokkene een mentor had?

  • ECLI:NL:PHR:2026:652Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Gelegenheid mentor om zienswijze mondeling kenbaar te maken (art. 6:1 lid 1 Wvggz). Beschikking inzake mentorschap niet bij verzoekschrift voor zorgmachtiging gevoegd (art.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:353Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Machtiging voortzetting crisismaatregel. Afstand van rechtsbijstand. Aanwezigheid mentor.

  • ECLI:NL:PHR:2022:907Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2022 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Klachtzaak. Beslissing toepassing dwangmedicatie; wilsonbekwaamheid (art. 2:1 lid 6 en art. 8:9 lid 4 Wvggz); algemene uitgangspunten (art. 2:1 leden 2 en 3 Wvggz).

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:5412Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 augustus 2025 (personen- en familierecht)

    Klachtzaak met een verzoek tot schadevergoeding. De klachten zien op de opname, het toedienen van (depot)medicatie én de wilsbekwaamheid van verzoeker. De klachten zijn ongegrond verklaard en het…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:4330Rechtbank Midden-Nederland, 17 juli 2025 (personen- en familierecht)

    artikel 1:3 Wvggz, VCM, 17-jarige, zitting buiten aanwezigheid ouders met gezag, moeder wel gehoord

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:2551Gerechtshof Amsterdam, 27 augustus 2024 (personen- en familierecht)

    Mentorschap, vernietiging bestreden beschikking: geen noodzaak tot instellen mentorschap, geen sprake van situatie als bedoeld in art. 1:3 lid 4 Wvggz. Proceskostenveroordeling proceskosten hoger…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:3028Rechtbank Noord-Holland, 26 maart 2024 (personen- en familierecht)

    De kantonrechter wijst al het verzochte af. De wettelijke grond is niet vervuld ten aanzien van de man. Wel is de wettelijke grond vervuld ten aanzien van de vrouw maar desondanks zal de…

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.