Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 5:5 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Indien betrokkene of de vertegenwoordiger de geneesheer-directeur binnen drie dagen na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 5:4, tweede lid, onderdeel a, schriftelijk te kennen geeft met familie of naasten zelf een plan van aanpak te willen opstellen om verplichte zorg te voorkomen, besluit de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen na de kennisgeving, of de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt geschorst om betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen.

  2. 2

    De geneesheer-directeur kan alleen afwijzend besluiten indien: a.hij van oordeel is dat het ernstig nadeel zich niet verdraagt met uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging, b.betrokkene eerder in staat is gesteld zelf een plan van aanpak op te stellen en dat niet is gelukt, of c.betrokkene eerder een plan van aanpak heeft opgesteld, maar daarmee verplichte zorg niet kon worden voorkomen en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zodanig zijn veranderd dat de kans redelijkerwijs aanwezig moet worden geacht dat betrokkene nu wel in staat zal zijn een plan van aanpak op te stellen waarmee verplichte zorg kan worden voorkomen.

  3. 3

    Voordat de geneesheer-directeur besluit, stelt hij betrokkene en de vertegenwoordiger in de gelegenheid om te worden gehoord.

  4. 4

    De geneesheer-directeur stelt betrokkene, de vertegenwoordiger en de aanvrager, bedoeld in artikel 5:3, schriftelijk op de hoogte van zijn besluit. Indien hij afwijzend besluit, deelt hij aan betrokkene en de vertegenwoordiger tevens schriftelijk zijn beweegredenen mee.

  5. 5

    Indien de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie besluit om betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen, duurt de schorsing, bedoeld in het eerste lid, twee weken vanaf het moment waarop de geneesheer-directeur zijn besluit heeft meegedeeld op grond van het vierde lid, eerste volzin.

  6. 6

    Indien de geneesheer-directeur van oordeel is dat onvoldoende voortgang wordt gemaakt met het opstellen van een plan van aanpak, dan wel het ernstig nadeel zich niet langer verdraagt met verder uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging, kan de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie besluiten nog voor het einde van de periode, bedoeld in het vijfde lid, de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging te hervatten.

  7. 7

    De geneesheer-directeur neemt het besluit, bedoeld in het zesde lid, niet dan na overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger. De geneesheer-directeur stelt betrokkene en de vertegenwoordiger schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van een dergelijk besluit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1736Hoge Raad, 21 november 2025 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Verzuim geneesheer-directeur om betrokkene te informeren over voorbereiding verzoek zorgmachtiging en over mogelijkheid zich bij te laten staan door familielid of naaste bij…

  • ECLI:NL:PHR:2025:829Parket bij de Hoge Raad, 8 augustus 2025 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Geneesheer-directeur heeft betrokkene niet geïnformeerd over mogelijkheid zich bij het opstellen van een plan van aanpak te laten bijstaan door een familielid of naaste (art.…

  • ECLI:NL:HR:2023:504Hoge Raad, 31 maart 2023 (civiel recht)

    Wvggz. Overschrijding termijn voor mededeling beslissing of is voldaan aan criteria voor verplichte zorg, art. 5:16 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:4 lid 2, onder a, Wvggz. Verzoek om…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1243Parket bij de Hoge Raad, 23 december 2022 (personen- en familierecht)

    Schadevergoeding, art. 10:12 lid 3 Wvggz, vrijwillige zorg

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:2700Rechtbank Noord-Holland, 20 februari 2025 (personen- en familierecht)

    De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat van de betrokkene dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2023:5462Rechtbank Noord-Nederland, 21 december 2023 (personen- en familierecht)

    De rechtbank passeert het verweer dat langdurige opname in het centrum voor neuropsychiatrie (CNP) niet valt onder de in de zorgmachtiging op te nemen vormen van verplichte zorg ‘opname in een…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:14228Rechtbank Den Haag, 18 november 2022 (personen- en familierecht)

    Afwijzing schadevergoeding ex art. 10:12 Wvggz. Termijnoverschrijding door officier van justitie op grond van art. 5:16 Wvggz. Rechtbank volstaat met een constatering van het verzuim.

  • ECLI:NL:PHR:2022:786Parket bij de Hoge Raad, 2 september 2022 (civiel recht)

    Wvggz. Wilsbekwaam verzet; plan van aanpak; kan gedwongen anticonceptie onder het toepassingsbereik van ( 3:2 lid 2 sub a en/of art. 3:2 lid 2 sub h) Wvggz worden gebracht?

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.