Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 5:17 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Indien de officier van justitie beslist dat is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, dient hij onverwijld een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter in, onder gelijktijdige uitvoering van artikel 5:16.

  2. 2

    In het verzoekschrift geeft de officier van justitie gemotiveerd aan waarom deze van oordeel is dat aan de criteria van verplichte zorg is voldaan, wat het doel is van de verplichte zorg, welke vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging moeten worden opgenomen en op welke wijze is voldaan aan de uitgangspunten van artikel 2:1.

  3. 3

    Bij het verzoekschrift voegt de officier van justitie in elk geval: a.de medische verklaring; b.de zorgkaart inclusief de bijlagen; c.het zorgplan inclusief de bijlagen; d.de beslissing bedoeld in artikel 5:5, vierde lid, indien de geneesheer-directeur betrokkene niet in de gelegenheid heeft gesteld zelf een plan van aanpak op te stellen; e.de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15; f.de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c; g.indien aanwezig, een afschrift van de indicatiestelling, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet forensische zorg, het verplegings- en behandelingsplan, bedoeld in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, of het geneeskundig behandelingsplan, bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Penitentiaire beginselenwet in het geval hij om een op een eerdere titel aansluitende zorgmachtiging verzoekt.

  4. 4

    Bij het verzoekschrift dient de officier van justitie het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging in waarin in elk geval staat vermeld de: a.zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen; b.wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van betrokkene, zoals vastgelegd op de zorgkaart of in de zelfbindingsverklaring; c.maximale duur van de afzonderlijke vormen van verplichte zorg; d.wijze waarop de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur de kwaliteit van de verplichte zorg bewaken en toezicht houden op de uitvoering van verplichte zorg in ambulante omstandigheden; e.frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het zorgplan en de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg met betrokkene en de vertegenwoordiger zal worden geëvalueerd en het zorgplan geactualiseerd; f.zorgaanbieder die wordt belast met de uitvoering van de zorgmachtiging en zo nodig de accommodatie; g.inventarisatie van de essentiële voorwaarden voor maatschappelijke deelname; h.mogelijkheid tot het verlenen van advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon.

  5. 5

    Indien het een verzoekschrift betreft voor een zorgmachtiging naar aanleiding van een zelfbindingsverklaring voegt de officier van justitie tevens de zelfbindingsverklaring bij het verzoekschrift.

  6. 6

    De officier van justitie voegt daarnaast bij het verzoekschrift voor een zorgmachtiging: a.indien betrokkene minderjarig is, een uittreksel uit het in artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, of een verklaring van de griffie van de rechtbank dat ten aanzien van de minderjarige het register geen gegevens bevat; b.indien betrokkene onder curatele is gesteld, een uittreksel uit het in artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register; c.indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld, een afschrift van de beschikking waarbij het mentorschap is ingesteld en die waarbij een mentor is benoemd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1585Hoge Raad, 2 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Art. 6:1 Wvggz. Had rechtbank moeten onderzoeken of betrokkene een mentor had?

  • ECLI:NL:PHR:2026:917Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Art. 5:8 lid 1 Wvggz. Beoordeling van de actualiteit van de medische verklaring? Beoordeling psychische stoornis en ernstig nadeel mede aan de hand van voorvallen uit het…

  • ECLI:NL:HR:2026:1437Hoge Raad, 11 september 2026 (personen- en familierecht)

    Zorgwetten. Wvggz. Zorgmachtiging. Art. 5:8 lid 1 Wvggz. Art. 5:7 Wvggz. Is voor beoordeling of medische verklaring actueel is, verklaring onafhankelijk psychiater vereist? Vervolg op HR 9 mei 2025…

  • ECLI:NL:PHR:2026:868Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Psychische stoornis. Ernstig nadeel. Wilsbekwaamheid. Verzoek om deskundigenonderzoek (6:1 lid 5 Wvggz). Ambtshalve aanvulling vormen van verplichte zorg (art. 6:4 lid 2…

  • ECLI:NL:PHR:2026:848Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging aansluitend op een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (art. 7:11 Wvggz). Ontbrekende politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens (art. 7:11 lid 4 in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8712Rechtbank Amsterdam, 24 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    ZM afgewezen, geen recente MV.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9213Rechtbank Limburg, 17 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Afwijzing verzoek zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging

  • ECLI:NL:PHR:2026:755Parket bij de Hoge Raad, 7 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Overschrijding beslistermijn van art. 6:2 lid 1 onder a BW. Strijd met art. 5 lid 1 EVRM?

197 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.