Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 1:6 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    In zaken betreffende deze wet, uitgezonderd hoofdstuk 5, paragraaf 6 en hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van betrokkene, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uitmaakt.

  2. 2

    In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is uitsluitend bevoegd de rechter die bevoegd is de in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg opgenomen beslissingen te nemen op grond van het Wetboek van Strafvordering of het Wetboek van Strafrecht.

  3. 3

    In zaken betreffende hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de plaats waar betrokkene verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt.

  4. 4

    De beschikking van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:316Hoge Raad, 24 februari 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Wvggz. Procesrecht. Verzoek zorgmachtiging. Relatieve bevoegdheid ex art. 1:6 lid 1 Wvggz; mogelijkheid om te verwijzen naar andere rechtbank. Oproeping betrokkene. Duur zorgmachtiging, art. 6:5…

  • ECLI:NL:PHR:2023:25Parket bij de Hoge Raad, 6 januari 2023 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Samenhang met ECLI:NL:PHR:2022:1085 over(relatieve) onbevoegdheid. Duur machtiging na B rb Den Haag over relatieve bevoegdheid en verwijzing naar rb Rotterdam na een zorgmachtiging te hebben…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1085Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2022 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Procesrecht. Heeft rechtbank zorgmachtiging voor twee weken kunnen verlenen hoewel betrokkene niet is opgeroepen voor verhoor en rechtbank in dezelfde beschikking zich relatief onbevoegd heeft…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1156Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2020 (civiel recht)

    Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Maximale geldigheidsduur van machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel; art. 7:9 en 7:10 Wvggz. Moet betrokkene worden gehoord bij…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4133Rechtbank Noord-Nederland, 7 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Artikel 8.9 Wvggz. Betrokkene verzet zich tegen overplaatsing. De zorgverantwoordelijke kan niet tot uitvoering van de verplichte zorg in de vorm van het opnemen in een accommodatie overgaan, dan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1611Gerechtshof Amsterdam, 9 juni 2026 (personen- en familierecht)

    ‘Wvggz. Overschrijding termijn indiening verzoek tot beëindiging zorgmachtiging door OvJ. Art. 8:19, lid 3 Wvggz. Uitleg ‘onverwijld’. Verzoek tot toekenning schadevergoeding, art. 10:12, lid 3…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3977Rechtbank Amsterdam, 24 april 2026 (personen- en familierecht)

    Rechtbank onbevoegd om kennis van het verzoek tot zorgmachtiging te nemen. Betrokkene heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2253Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 februari 2026 (personen- en familierecht)

    Doorverwijzingsbeschikking

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.