Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wvggz

Huidige tekst

Artikel 6:1 Wvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De rechter hoort betrokkene na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. De rechter stelt de vertegenwoordiger en de advocaat in de gelegenheid om hun zienswijze mondeling kenbaar te maken.

  2. 2

    Indien betrokkene in Nederland verblijft en van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in een door de rechtbank bepaalde locatie wordt gehoord, begeeft de rechter zich daartoe, vergezeld door de griffier, naar de woon- of verblijfplaats van betrokkene.

  3. 3

    Indien betrokkene in een accommodatie verblijft, wordt de rechter, vergezeld van de griffier, door de zorgaanbieder in de gelegenheid gesteld hem aldaar te horen. Indien betrokkene niet in Nederland verblijft, wordt de behandeling van het verzoek door de rechtbank aangehouden totdat betrokkene in Nederland kan worden gehoord.

  4. 4

    De officier van justitie is aanwezig op de zitting bij de rechter tenzij evident is dat een nadere toelichting of motivering van het verzoek door de officier van justitie niet nodig is.

  5. 5

    De rechter kan onderzoek door deskundigen bevelen en is bevoegd deze of andere deskundigen alsmede getuigen op te roepen. De rechter roept de door betrokkene opgegeven deskundigen en getuigen op, tenzij hij van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat betrokkene door het achterwege blijven daarvan niet in zijn belangen wordt geschaad. Indien hij een opgegeven deskundige of getuige niet heeft opgeroepen, vermeldt hij de reden daarvan in de uitspraak.

  6. 6

    De rechter kan verplichten te verschijnen: a.de officier van justitie; b.de geneesheer-directeur; c.de vertegenwoordiger; d.de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld; e.de zorgaanbieder of de zorgverantwoordelijke; f.een ambtenaar van politie die bekend is met betrokkene; g.de gezinsvoogdijwerker.

  7. 7

    Indien de rechter zich laat voorlichten in afwezigheid van betrokkene, wordt de zakelijke inhoud van de verstrekte inlichtingen aan betrokkene medegedeeld.

  8. 8

    Betrokkene en de advocaat worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken naar aanleiding van de mededelingen en verklaringen van de personen, bedoeld in het vijfde lid, of die van andere personen die door de rechter zijn verzocht om informatie te verschaffen.

  9. 9

    Kosten van door de rechter opgeroepen getuigen en deskundigen komen ten laste van de Staat. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de vergoeding van kosten.

  10. 10

    In aanvulling op hetgeen uit deze wet voortvloeit, zijn de regels inzake de verzoekprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. Artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing op de verzoekprocedure, bedoeld in deze wet, en zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6. In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is in afwijking van het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:976Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Overbruggingsmachtiging bij deelbeschikking. Betrokkene niet gehoord door ontbreken tolk (art. 6:1 lid 1 Wvggz). Beslistermijn van art. 6:6 lid 2 Wvggz. Eindbeschikking niet…

  • ECLI:NL:PHR:2026:985Parket bij de Hoge Raad, 9 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Onderzoek naar bekendheid betrokkene met mondelinge behandeling en naar bereidheid betrokkene zich te doen horen (art. 6:1 lid 1 Wvggz)? Aanhouding behandeling bij mogelijk…

  • ECLI:NL:HR:2026:1585Hoge Raad, 2 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Art. 6:1 Wvggz. Had rechtbank moeten onderzoeken of betrokkene een mentor had?

  • ECLI:NL:PHR:2026:868Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Zorgmachtiging. Psychische stoornis. Ernstig nadeel. Wilsbekwaamheid. Verzoek om deskundigenonderzoek (6:1 lid 5 Wvggz). Ambtshalve aanvulling vormen van verplichte zorg (art. 6:4 lid 2…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9317Rechtbank Amsterdam, 31 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    ZM toegewezen. Betrokkene afwezig, zitting heeft plaatsgevonden op straat in de buurt van het huis van betrokkene. Onafhankelijke psychiater heeft geprobeerd betrokkene te spreken maar er werd niet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8715Rechtbank Amsterdam, 24 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Betrokkene afwezig. ZM toegewezen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27013Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz - afwijzing eerste zorgmachtiging na VCM. Betrokkene is ongeoorloofd afwezig. De rechtbank kan niet vaststellen dat betrokkene afstand doet van zijn recht om gehoord te worden.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25517Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Referte

182 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.