Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 23 UW

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    Uiterlijk op de derde dag na die waarop hij het verzoek tot uitlevering heeft ontvangen, vordert de officier van justitie schriftelijk, dat de rechtbank het verzoek in behandeling zal nemen. Hij legt daarbij de stukken aan de rechtbank over. In voorkomend geval vermeldt hij daarbij dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de Europese Unie waarvan de opgeëiste persoon de nationaliteit heeft, in de gelegenheid zijn gesteld een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen voor dezelfde feiten als die welke aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggen.

  2. 2

    Een afschrift van de krachtens het vorige lid vereiste vordering wordt aan de opgeëiste persoon betekend. Daarbij wordt hem mededeling gedaan van de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd, met vermelding van de tijden en de plaatsen waarop deze zijn begaan, een en ander zoals bij het verzoek tot uitlevering omschreven, alsmede van de staat die het verzoek heeft gedaan. Het voorgaande geldt eveneens in het geval dat de officier van justitie naar aanleiding van een naderhand ontvangen verzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd. Van de ontvangst van aanvullende stukken, die in het dossier worden gevoegd, wordt de opgeëiste persoon mededeling gedaan.

  3. 3

    Nadat de stukken aan de rechtbank zijn overgelegd, mag de kennisneming daarvan aan de opgeëiste persoon en diens raadsman niet worden onthouden. Het bepaalde bij en krachtens artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:92Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2025 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Rwanda voor vervolging wegens genocide op grond van Genocideverdrag en Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:93Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2025 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Rwanda voor vervolging wegens genocide op grond van Genocideverdrag en Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.…

  • ECLI:NL:HR:2024:1824Hoge Raad, 10 december 2024 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. grootschalige en langdurige invoer van harddrugs van Nederland naar Zwitserland. Genoegzaamheid van…

  • ECLI:NL:PHR:2024:605Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Executie-uitlevering Servië. Middelen over (1) overschrijding termijn a.b.i. art. 23.1 UW en (2) oordeel rechtbank dat er o.g.v. interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit moet worden…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9327Rechtbank Amsterdam, 17 september 2026 (europees strafrecht)

    Uitleveringszaak Servië. Veroordeling bij verstek: artikel 3 van het Tweede Aanvullend Protocol bij het EUV en artikel 5, derde lid, UW staan niet aan uitlevering in de weg. Uitlevering toelaatbaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9099Rechtbank Amsterdam, 10 september 2026 (internationaal strafrecht)

    Uitleveringsverzoek uit Turkije. Uitlevering deels toelaatbaar verklaard en deels ontoelaatbaar verklaard wegens verjaring.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11484Rechtbank Noord-Holland, 1 september 2026 (strafrecht)

    Uitlevering naar Turkije toelaatbaar. De opgeëiste persoon wordt in Turkije verdacht van het medeplegen van invoer van verdovende middelen (XTC pillen), dubbele strafbaarheid en niet verjaard. Het…

146 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.