Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 11 UW

Geldt sinds 1 mei 2021

  1. 1

    Uitlevering wordt niet toegestaan voor strafbare feiten van politieke aard, met inbegrip van daarmede samenhangende feiten.

  2. 2

    De aanslag tegen het leven of de vrijheid van een Staatshoofd of van een lid van het regerende Huis wordt niet beschouwd als een strafbaar feit van politieke aard in de zin van het gestelde in het vorige lid.

  3. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing op uitlevering wegens een van de strafbare feiten, omschreven in de artikelen 1 en 2 van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (Trb. 1977, 63), artikel 2 van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb. 1998, 84), artikel 2 van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb. 2000, 12) en artikel 7 van het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1981, 7), zoals gewijzigd bij de op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen Wijziging van dat verdrag (Trb. 2006, 81), artikel 2 van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290), de artikelen 3, 3bis, 3ter of 3quater van het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart (Trb. 1989, 17), zoals gewijzigd bij het Protocol van 2005 bij dat Verdrag (Trb. 2006, 223), en de artikelen 2, 2bis of 2ter van het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat (Trb. 1989, 18), zoals gewijzigd bij het Protocol van 2005 bij dat Protocol (Trb. 2006, 224), artikel 1 van het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen betreffende de burgerluchtvaart (Trb. 2013, 134), artikel II van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Trb. 2013, 133), de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34) en de artikelen 2 tot en met 6 van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180), aan een staat die gehouden is in een overeenkomstig geval uitlevering aan Nederland niet te weigeren wegens de politieke aard van het feit.

  4. 4

    Militaire delicten die niet tevens misdrijven naar algemeen Nederlands strafrecht zijn, en fiscale delicten kunnen geen aanleiding geven tot uitlevering, tenzij bij verdrag uitdrukkelijk anders is bepaald.

  5. 5

    Het in het vorige lid omtrent militaire delicten bepaalde is niet van toepassing op uitlevering naar België of Luxemburg.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:822Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Uitlevering aan Bosnië Herzegovina ter vervolging. Vier cassatiemiddelen. De eerste twee middelen zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de uitlevering toelaatbaar kan…

  • ECLI:NL:HR:2020:623Hoge Raad, 7 april 2020 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Iraanse nationaliteit) aan Verenigde Staten t.z.v. onrechtmatig uitvoeren van "dual-use goederen” (converters) van VS naar Iran. 1. Beroep op politieke…

  • ECLI:NL:PHR:2020:156Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2020 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Vervolgingsuitlevering van Iraniër aan de V.S. t.z.v. overtreding Amerikaanse sanctiewetgeving m.b.t. uitvoer van "dual-use" goederen naar Iran. Middelen over de genoegzaamheid van…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2293Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2014 (strafrecht)

    Uitlevering. Legaliteitsbeginsel. Dubbele strafbaarheid, art. 7 EVRM. Uitlevering aan Rwanda verzocht ter zake van genocide in 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8723Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2026 (strafrecht)

    uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11484Rechtbank Noord-Holland, 1 september 2026 (strafrecht)

    Uitlevering naar Turkije toelaatbaar. De opgeëiste persoon wordt in Turkije verdacht van het medeplegen van invoer van verdovende middelen (XTC pillen), dubbele strafbaarheid en niet verjaard. Het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5262Rechtbank Noord-Holland, 23 april 2026 (internationaal publiekrecht)

    Uitleveringsverzoek Oekraïne. Namens de opgeëiste persoon is een beroep gedaan op een dreigende schending van artikel 2 (recht op leven) en artikel 3 (verbod van foltering) van het EVRM. Overweging…

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.