Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 9 UW

Geldt sinds 1 juli 2014

  1. 1

    Uitlevering van de opgeëiste persoon wordt niet toegestaan voor een feit terzake waarvan: a.ten tijde van de beslissing op het verzoek tot uitlevering een strafvervolging in Nederland tegen hem gaande is; b.hij in Nederland is vervolgd maar hernieuwde vervolging is uitgesloten op grond van artikel 255, eerste of tweede lid, of artikel 255a, eerste of tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering onderscheidenlijk artikel 282, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering BES; c.hij bij gewijsde van de Nederlandse rechter is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging, dan wel te zijnen aanzien een overeenkomstige onherroepelijke beslissing door een andere rechter is genomen; d.hij bij rechterlijk gewijsde is veroordeeld, in gevallen waarin: 1. de opgelegde straf of maatregel reeds is ondergaan, of 2. die straf of maatregel niet voor onmiddellijke tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging vatbaar is, of 3. de veroordeling een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel inhoudt, dan wel 4. het gewijsde afkomstig is van de Nederlandse rechter en niet bij verdrag voor zodanig geval de bevoegdheid tot uitlevering is voorbehouden; e.naar Nederlands recht wegens verjaring geen vervolging, of, zo de uitlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, geen bestraffing meer kan plaatshebben.

  2. 2

    Het bepaalde in het vorige lid, aanhef en onder a, lijdt uitzondering in gevallen waarin Onze Minister bij zijn beslissing tot inwilliging van het verzoek tot uitlevering tevens opdracht geeft de vervolging te staken.

  3. 3

    Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, lijdt uitzondering in gevallen waarin de vervolging in Nederland is gestaakt, hetzij omdat de Nederlandse strafwet op grond van de artikelen 2 tot en met 8d van het Wetboek van Strafrecht dan wel de strafwet van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van de artikelen 2 tot en met 8 van het Wetboek van Strafrecht BES niet van toepassing bleek te zijn, hetzij omdat aan berechting in het buitenland de voorkeur werd gegeven.

  4. 4

    Het eerste lid, aanhef en onder e, lijdt uitzondering voorzover krachtens het toepasselijke verdrag uitlevering niet kan worden geweigerd uitsluitend op grond van het feit dat het recht tot strafvervolging of het recht tot tenuitvoerlegging van die straf of maatregel naar het recht van de aangezochte staat is verjaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1402Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    OM-cassatie en cassatie opgeëiste persoon. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Montenegrijnse nationaliteit) naar Montenegro t.z.v. verdenking van oprichten van criminele organisatie…

  • ECLI:NL:PHR:2026:657Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie opgeëiste persoon. Uitlevering aan Montenegro ter strafvervolging van deelname aan een criminele organisatie en twee drugsfeiten. Middel OM ziet op beslissing…

  • ECLI:NL:PHR:2026:156Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering naar Albanië. Eerste middel bevat klacht dat uit uitspraak niet (genoegzaam) kan worden afgeleid voor welke feiten rechtbank uitlevering heeft toegestaan. Dit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:564Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Zwitserland. Art. 9.1 UW, art. 9 EUV, art. 54 en art. 57.1 SUO. Ne bis in idem. Middel klaagt over oordeel rb dat geen sprake is van schending van ne bis in…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8723Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2026 (strafrecht)

    uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11484Rechtbank Noord-Holland, 1 september 2026 (strafrecht)

    Uitlevering naar Turkije toelaatbaar. De opgeëiste persoon wordt in Turkije verdacht van het medeplegen van invoer van verdovende middelen (XTC pillen), dubbele strafbaarheid en niet verjaard. Het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5262Rechtbank Noord-Holland, 23 april 2026 (internationaal publiekrecht)

    Uitleveringsverzoek Oekraïne. Namens de opgeëiste persoon is een beroep gedaan op een dreigende schending van artikel 2 (recht op leven) en artikel 3 (verbod van foltering) van het EVRM. Overweging…

95 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.