Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 21 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De officier van justitie die het verzoek tot uitlevering heeft ontvangen, kan de aanhouding van de opgeëiste persoon bevelen.

  2. 2

    De opgeëiste persoon wiens aanhouding overeenkomstig het vorige lid is bevolen, wordt binnen vierentwintig uren na zijn aanhouding voor de officier van justitie of, bij diens afwezigheid, voor een hulpofficier van justitie geleid. Na verhoor door een hulpofficier wordt de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk alsnog voor de officier van justitie geleid.

  3. 3

    Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie bevelen dat deze in verzekering gesteld zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.

  4. 4

    Het bevel tot inverzekeringstelling kan te allen tijde zowel door de rechtbank als door de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, worden opgeheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:825Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 56 Uitleveringswet. Geen beroepsmogelijkheid opgeëiste persoon bij gerechtshof na afwijzende beslissing van rb. op verzoek tot schorsing van…

  • ECLI:NL:PHR:2013:674Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2013 (strafrecht)

    Uitlevering. HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW9987Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2012 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft, in aanmerking genomen dat in casu bij het bepalen van de duur van de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn moet worden uitgegaan van de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3618Rechtbank Amsterdam, 8 april 2026 (europees strafrecht)

    Bevel gevangenneming ex art. 66a Sv jo. 55a UW. Gevangenhouding bevolen, waarna bij tussenuitspraak het onderzoek is heropend. De rechtbank leest ECLI:NL:RBAMS:2012:BYOO2O verbeterd: in zo’n geval is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:18141Rechtbank Den Haag, 5 november 2024 (strafrecht)

    Raadkamerprocedure. Verzoek om vergoeding van schade geleden als gevolg van uitleveringsdetentie. Verzoeker is uitgeleverd en daarna in het buitenland vrijgesproken. Geen wettelijke grondslag voor…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:1508Rechtbank Limburg, 1 maart 2022 (strafrecht)

    Vordering tot uitlevering aan de Republiek van Armenië toelaatbaar verklaard. Aan de formele vereisten voor het toelaatbaar verklaren van het verzoek is namelijk voldaan. Strikte scheiding tussen de…

  • ECLI:NL:RBLIM:2021:499Rechtbank Limburg, 21 januari 2021 (strafrecht)

    Uitleveringswet. Termijnverzuim bij vordering verlenging gevangenhouding kan niet worden gerepareerd buiten de gevallen waarin artikel 66a Sv (dat in artikel 55a Uitleveringswet van overeenkomstige…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.