Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 34 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Wanneer Onze Minister binnen de daarvoor gestelde termijn nadere stukken ontvangt, kan hij het dossier van de zaak opnieuw toezenden aan de officier van justitie bij de rechtbank die het verzoek tot uitlevering heeft behandeld. Alsdan vinden de artikelen 23-26, 28 - 32 en 33, eerste en tweede lid, wederom toepassing. Indien de uitlevering door de Hoge Raad wegens ongenoegzaamheid der stukken ontoelaatbaar is verklaard kan Onze Minister het dossier met de nadere stukken ook rechtstreeks aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad toezenden.

  2. 2

    Voor zover de nadere stukken daartoe aanleiding geven, wordt de uitlevering alsnog door de rechter toelaatbaar verklaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BT2515Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2011 (strafrecht)

    Uitlevering verzocht door de Republiek Kroatië. OM-cassatie. De Rb heeft het OM n-o verklaard nu de OvJ volgens haar heeft gehandeld in strijd met het gesloten systeem van rechtsmiddelen door een…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU9724Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2006 (civiel recht)

    Uitleveringsrecht. Geschil tussen de Staat en betrokkene - wiens uitlevering tot strafvervolging voor meer strafbare feiten bij onherroepelijke uitspraak voor één van de feiten als gevolg van een…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AQ8461Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2004 (strafrecht)

    OM-cassatie. Vervolgingsuitlevering België. Art. 11.2.b BUV heeft ten doel dat op een doelmatige manier kan worden nagegaan of de feiten naar Nederlands recht strafbaar zijn en tot uitlevering kunnen…

  • ECLI:NL:PHR:2000:AA6992Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2000 (strafrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.