Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 33 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Nadat Onze Minister de stukken overeenkomstig artikel 32 heeft terugontvangen, beslist hij zo spoedig mogelijk op het verzoek tot uitlevering.

  2. 2

    Voorzover de uitlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard, wordt op het verzoek afwijzend beschikt.

  3. 3

    Is de uitlevering alleen wegens ongenoegzaamheid van de overgelegde stukken ontoelaatbaar verklaard, dan kan Onze Minister zijn beslissing aanhouden. Hetzelfde geldt, indien de uitlevering wel toelaatbaar is verklaard, doch Onze Minister nadere stukken nodig acht voor een verantwoorde beslissing zijnerzijds.

  4. 4

    In geval van aanhouding van zijn beslissing biedt Onze Minister de autoriteiten van de verzoekende staat gelegenheid om, binnen een door hem te stellen redelijke termijn, nadere stukken over te leggen.

  5. 5

    Worden de gevraagde nadere stukken niet binnen de daarvoor gestelde termijn overgelegd, dan beschikt Onze Minister afwijzend op het verzoek tot uitlevering.

  6. 6

    De beslissing van Onze Minister op een verzoek tot uitlevering wordt ter kennis van de verzoekende staat gebracht langs diplomatieke weg, tenzij bij verdrag in een andere weg is voorzien.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:886Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Chili op grond van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie voor executie van onherroepelijke gevangenisstraf.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:278Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Albanië. Genoegzaamheid stukken (art. 18 Uw en art. 12 EUV). Middel over oordeel rechtbank dat plaats gronddelict (in Albanië) voldoet als omschrijving…

  • ECLI:NL:PHR:2025:92Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2025 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Rwanda voor vervolging wegens genocide op grond van Genocideverdrag en Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:93Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2025 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Uitleveringsrecht. Kort geding tegen uitlevering aan Rwanda voor vervolging wegens genocide op grond van Genocideverdrag en Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven.…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:49Gerechtshof Den Haag, 21 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    kort geding; overheidsaansprakelijkheid; voorgenomen uitlevering naar Chili niet onrechtmatig; art. 3, 8 en 14 EVRM, art. 10 lid 1 Uitleveringswet; detentieomstandigheden; discriminatoire detentie…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:9575Rechtbank Den Haag, 19 juni 2024 (verbintenissenrecht)

    Verbod uitlevering Chili afgewezen en geen aanleiding voor opleggen verplichting vragen aanvullende garanties van Chileense autoriteiten. Evenmin behoeft de definitieve uitkomst van de asielproceure…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:1132Rechtbank Gelderland, 16 februari 2024 (strafrecht)

    Artt. 38 lid 3 sub en 33 lid 3 Uitleveringswet; kan de gevangenhouding op de ‘b-grond’ alleen worden verlengd indien de minister daadwerkelijk nieuwe stukken heeft opgevraagd? Redelijke uitleg van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:6908Rechtbank Gelderland, 9 december 2022 (strafrecht)

    Art 38 Uitleveringswet. Vanaf het moment van onherroepelijkheid van de uitspraak van de rechtbank dat uitlevering toelaatbaar is, kan de rechtbank slechts één maal de gevangenhouding verlengen met 30…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.