Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 14 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Iedere officier en hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding van een voortvluchtige overeenkomstig artikel 13 te bevelen.

  2. 2

    Kan het optreden van de officier van justitie en de hulpofficier niet worden afgewacht, dan is elke opsporingsambtenaar bevoegd de voortvluchtige aan te houden, onder de verplichting zorg te dragen dat hij onverwijld voor de officier van justitie of de hulpofficieren wordt geleid.

  3. 3

    Na de voortvluchtige te hebben gehoord, kan de officier of hulpofficier van justitie bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen van het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De hulpofficier geeft van zijn bevel ten spoedigste schriftelijk kennis aan de officier van justitie.

  4. 4

    De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie éénmaal met drie dagen worden verlengd.

  5. 5

    De voortvluchtige kan te allen tijde door de officier van justitie in vrijheid worden gesteld. Zolang de termijn van inverzekeringstelling nog niet is verlengd, komt deze bevoegdheid mede toe aan de hulpofficier die het bevel tot de voorlopige aanhouding heeft gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:825Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 56 Uitleveringswet. Geen beroepsmogelijkheid opgeëiste persoon bij gerechtshof na afwijzende beslissing van rb. op verzoek tot schorsing van…

  • ECLI:NL:PHR:2017:153Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2017 (strafrecht)

    Antilliaanse uitleveringszaak: toevoeging van een andere raadsman aan de opgeëiste persoon bij ontstentenis van de toegevoegde raadsman. Art. 24.3 Uitleveringswet; art. 14 Uitleveringsbesluit van…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW9987Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2012 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft, in aanmerking genomen dat in casu bij het bepalen van de duur van de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn moet worden uitgegaan van de…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH9946Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2009 (strafrecht)

    Uitleveringswet (UW) of Overleveringswet (OLW)? Het uitleveringsverzoek is binnengekomen vóór het moment dat Italië (de verzoekende Staat) het Kaderbesluit betreffende de overlevering in de wetgeving…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5262Rechtbank Noord-Holland, 23 april 2026 (internationaal publiekrecht)

    Uitleveringsverzoek Oekraïne. Namens de opgeëiste persoon is een beroep gedaan op een dreigende schending van artikel 2 (recht op leven) en artikel 3 (verbod van foltering) van het EVRM. Overweging…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2912Rechtbank Noord-Holland, 3 maart 2026 (strafrecht)

    De rechtbank komt tot het oordeel dat de uitlevering van de opgeëiste persoon naar Oekraïne op dit moment ontoelaatbaar moet worden verklaard, omdat er sprake is van een dreigende flagrante schending…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:11969Rechtbank Noord-Holland, 22 september 2025 (strafrecht)

    Uitleveringszaak. Stukken zijn genoegzaam. Geen weigeringsgronden. Uitlevering naar Mexico toelaatbaar.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:9373Rechtbank Noord-Holland, 17 juli 2025 (strafrecht)

    Uitleveringszaak. Uitlevering aan de Verenigde Staten van Amerika ter fine van strafvervolging wordt toelaatbaar geacht.

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.