Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 12 UW

Geldt sinds 1 april 2010

  1. 1

    Uitlevering wordt niet toegestaan dan onder het algemene beding, dat de opgeëiste persoon alleen met uitdrukkelijke toestemming van Onze Minister zal worden vervolgd, gestraft, of op enige andere wijze in zijn persoonlijke vrijheid beperkt, terzake van feiten die vóór het tijdstip van zijn uitlevering zijn begaan en waarvoor hij niet is uitgeleverd.

  2. 2

    Onze Minister kan de in het vorige lid bedoelde toestemming geven ten aanzien van: a.strafbare feiten waarvoor de opgeëiste persoon, krachtens het toepasselijke verdrag, aan de staat van wie het verzoek om toestemming is uitgegaan had kunnen worden uitgeleverd; b.andere feiten, voor zover deze zowel naar het recht van de staat van wie het verzoek om toestemming is uitgegaan als naar dat van Nederland strafbaar zijn en de mogelijkheid van uitlevering daarvoor niet krachtens de artikelen 8-11 van deze wet is uitgesloten.

  3. 3

    Uitlevering wordt voorts niet toegestaan dan onder het algemene beding, dat de opgeëiste persoon alleen met uitdrukkelijke toestemming van Onze Minister ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van een derde staat, terzake van feiten die vóór het tijdstip van zijn uitlevering zijn begaan. De toestemming kan worden gegeven ten aanzien van strafbare feiten waarvoor de opgeëiste persoon door Nederland aan de derde staat had kunnen worden uitgeleverd.

  4. 4

    De beslissing van Onze Minister op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste en het derde lid wordt ter kennis van de staat van wie dat verzoek is uitgegaan gebracht langs diplomatieke weg, tenzij bij verdrag in een andere weg is voorzien.

  5. 5

    Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verzoeken van een lidstaat van de Europese Unie tot verderlevering aan een derde staat van een persoon die door Nederland onder het beding, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Overleveringswet, werd overgeleverd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit van die lidstaat.

  6. 6

    Ten aanzien van de lidstaten van de Europese Unie kan bij verdrag worden voorzien in uitzonderingen voor andere dan de in het vijfde lid bedoelde gevallen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:145Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan VS. Twee middelen opgeëiste persoon en één middel OM. Middelen opgeëiste persoon gaan over (1) mogelijkheid dat in strafzaak doodstraf zal worden opgelegd en…

  • ECLI:NL:PHR:2023:844Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Executie-uitlevering Turkije. Middel I: schending specialiteitsbeginsel en derhalve schending van art. 6 EVRM. Middel II: schending art. 6 EVRM want geen eerlijk proces gelet op huidige…

  • ECLI:NL:PHR:2022:737Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan de VS. Specialiteitsbeginsel. Middel klaagt dat de rechtbank niet heeft gereageerd op een verweer dat volgens de steller van het middel tegenover de rechtbank…

  • ECLI:NL:PHR:2022:434Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering naar Australië. Middel over afwijzing aanhoudingsverzoek om nader onderzoek te laten doen naar de betrokkenheid van Australische autoriteiten bij de onrechtmatige…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3034Rechtbank Amsterdam, 19 maart 2026 (internationaal strafrecht)

    Uitlevering Turkije, uitlevering toelaatbaar verklaard, grondslag van het uitleveringsverzoek, genoegzaamheid, dubbele strafbaarheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1910Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2026 (civiel recht)

    Verzekeringsrecht. Eiseres vordert (volledige) voldoening van door haar bij Stad Holland ingediende declaraties. Daarnaast vordert zij een verbod en verklaringen voor recht die ertoe strekken dat…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3367Rechtbank Noord-Nederland, 14 augustus 2025 (internationaal strafrecht)

    Tussenuitspraak uitlevering Verenigde Staten. De rechtbank heeft onvoldoende informatie om te beslissen over de toelaatbaarheid van de uitlevering. Er is nadere informatie nodig van de Amerikaanse…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:1985Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2025 (internationaal strafrecht)

    Uitleveringszaak ter vervolging uit Turkije toelaatbaar. Genoegzaamheidsverweer verworpen: feiten genoegzaam omscheven en elektronisch ondertekende authentieke akte.

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.