Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 51 UW

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    In gevallen waarin zulks bij een verdrag is bepaald, kan Onze Minister toestaan dat personen die in Nederland rechtens van hun vrijheid zijn beroofd, tijdelijk ter beschikking worden gesteld van de autoriteiten van een andere staat ter uitvoering van een onderzoekshandeling.

  2. 2

    Voor zover het verdrag niet anders bepaalt, is de instemming van de tijdelijk ter beschikking te stellen persoon vereist.

  3. 3

    Onze Minister staat de tijdelijke terbeschikkingstelling niet toe, indien deze is verzocht ten behoeve van een op het grondgebied van een andere staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek, dat betrekking heeft op feiten, waarvoor krachtens artikel 9 of 10 geen uitlevering mogelijk is. Artikel 5.1.5 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing.

  4. 4

    Ondergaat de betrokkene in Nederland een vrijheidsstraf, dan komt de tijd gedurende welke hij ter beschikking van de autoriteiten van de andere staat is, in mindering op zijn straftijd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2008:BD6568Hoge Raad, 21 oktober 2008 (strafrecht)

    Art. 4a Sr. Afgeleide rechtsmacht. 1. “Vreemde staat” i.d.z.v. art. 4a Sr. 2. Grondslag voor overname strafvervolging. Het gaat i.c. om een Rwandees die ervan wordt beschuldigd dat hij – vzv. in…

  • ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0287Gerechtshof 's-Gravenhage, 17 december 2007 (strafrecht)

    WIM-zaak. Hoger beroep door OM tegen niet-ontvankelijkverklaring van het OM ter zake van feit 1 door de rechtbank (LJN BB0494). De behandeling van de zaak in hoger beroep beperkt zich hiertoe. Het…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.