Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 28 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Zo spoedig mogelijk na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak omtrent het verzoek tot uitlevering. De uitspraak wordt met redenen omkleed.

  2. 2

    Bevindt de rechtbank hetzij dat de door de verzoekende staat overgelegde stukken niet voldoen aan de vereisten omschreven in artikel 18, of aan nadere vereisten gesteld in het toepasselijke verdrag, hetzij dat het verzoek tot uitlevering niet voor inwilliging vatbaar is, hetzij dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd, dan verklaart zij bij haar uitspraak de uitlevering ontoelaatbaar.

  3. 3

    In andere dan de in het vorige lid voorziene gevallen verklaart de rechtbank bij haar uitspraak de uitlevering toelaatbaar, zulks met vermelding van de toepasselijke wets- en verdragsbepalingen, alsmede van het feit of de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan.

  4. 4

    Wordt de uitlevering toelaatbaar verklaard niettegenstaande een bewering van de opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 26, derde lid, dan vermeldt de uitspraak hetgeen de rechtbank te dien aanzien heeft bevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:754Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Executieuitlevering naar Brazilië. Eerste middel bevat falende klacht over genoegzaamheid stukken. Tweede middel klaagt terecht dat mogelijkheid om in verzoekende staat…

  • ECLI:NL:HR:2026:481Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Albanese nationaliteit) naar Albanië t.z.v. verdenking van oplichting van meerdere personen. Onvoldoende duidelijke vermelding feit, art. 28.3 UW. Bevat…

  • ECLI:NL:PHR:2026:156Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering naar Albanië. Eerste middel bevat klacht dat uit uitspraak niet (genoegzaam) kan worden afgeleid voor welke feiten rechtbank uitlevering heeft toegestaan. Dit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:533Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Vervolgingsuitlevering Suriname. Middel klaagt dat de rechtbank uitlevering ten onrechte toelaatbaar heeft verklaard, heeft miskend dat de Procureur-Generaal bij het Hof van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29200Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026 (strafrecht)

    Uitlevering ontoelaatbaar verklaard, geen dubbele strafbaarheid, Turkije.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8723Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2026 (strafrecht)

    uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7662Rechtbank Amsterdam, 22 juli 2026 (internationaal strafrecht)

    Uitlevering Turkije. Dreigende flagrante schending van artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Advies aan de Minister. De…

182 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.