Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 37 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt - behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde - beëindigd, zodra: a.zulks door de rechtbank of door de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de gedetineerde of diens raadsman, dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie wordt gelast; b.zij dertig dagen heeft geduurd, tenzij de rechtbank inmiddels, op vordering van de officier van justitie, deze termijn heeft verlengd.

  2. 2

    De officier van justitie gelast de beëindiging van de vrijheidsbeneming in elk geval zodra hij kennis heeft gekregen van een afwijzende beslissing van Onze Minister op het verzoek tot uitlevering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1735Hoge Raad, 26 november 2024 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Beschikking hof inhoudende toewijzing van hoger beroep van opgeëiste persoon tegen beslissing Rb waarbij verzoek tot schorsing van uitleveringsdetentie is…

  • ECLI:NL:PHR:2024:825Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 56 Uitleveringswet. Geen beroepsmogelijkheid opgeëiste persoon bij gerechtshof na afwijzende beslissing van rb. op verzoek tot schorsing van…

  • ECLI:NL:PHR:2020:835Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Russische Federatie wegens verdenking van smokkel van ruim 3.400 marterstaarten. Dubbele strafbaarheid. Middelen zien onder meer op kwalificatie naar…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1341Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Rwanda wegens verdenking van betrokkenheid bij de genocide in 1994. Middel over het Genocideverdrag 1948 als vereiste verdragsbasis voor uitlevering. Middel…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3618Rechtbank Amsterdam, 8 april 2026 (europees strafrecht)

    Bevel gevangenneming ex art. 66a Sv jo. 55a UW. Gevangenhouding bevolen, waarna bij tussenuitspraak het onderzoek is heropend. De rechtbank leest ECLI:NL:RBAMS:2012:BYOO2O verbeterd: in zo’n geval is…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:9370Rechtbank Noord-Holland, 11 juni 2025 (strafrecht)

    Uitleveringszaak. Beslissing van de raadkamer op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de rechter-commissaris niet bevoegd…

  • ECLI:NL:RBLIM:2021:499Rechtbank Limburg, 21 januari 2021 (strafrecht)

    Uitleveringswet. Termijnverzuim bij vordering verlenging gevangenhouding kan niet worden gerepareerd buiten de gevallen waarin artikel 66a Sv (dat in artikel 55a Uitleveringswet van overeenkomstige…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:2200Rechtbank Amsterdam, 24 maart 2017 (internationaal publiekrecht)

    Uitlevering. Afwijzing van verzoeken om opheffing van de – geschorste – uitleveringsdetentie en om teruggave van de borgsom na een onherroepelijk civielrechtelijk verbod op uitlevering. Het verbod is…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.