Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 35 UW

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    Indien twee of meer staten de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd, houdt Onze Minister bij de beslissing op hun verzoeken - voor zover deze ontvankelijk en voor inwilliging vatbaar zijn - rekening met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met: a.de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd; b.de plaats of plaatsen waar de feiten zijn begaan; c.de tijdstippen waarop de verzoeken tot uitlevering zijn gedaan; d.de nationaliteit van de opgeëiste persoon; e.de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van een van de verzoekende staten is verwijderd, vervolgens door de autoriteiten van die staat ter beschikking wordt gesteld van de autoriteiten van een andere verzoekende staat.

  2. 2

    Indien een uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Overleveringswet heeft uitgevaardigd voor dezelfde feiten als die welke aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggen en de rechtbank Amsterdam de overlevering heeft toegestaan, weigert Onze Minister de uitlevering teneinde voorrang te geven aan de overlevering.

  3. 3

    In alle overige gevallen waarin een uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Overleveringswet heeft uitgevaardigd en een andere staat de uitlevering heeft gevraagd is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:289Hoge Raad, 23 februari 2018 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Poolse nationaliteit) naar Oekraïne t.z.v. drugsdelicten. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Minister. 1. Beroep op dreigende schending art.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:37Parket bij de Hoge Raad, 23 januari 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Oekraïne. Implicaties HvJEU 6 september 2016, C-182/15 (Petruhhin). Doeltreffende voorziening in rechte o.g.v. art. 47 Handvest van de grondrechten van de EU.…

  • ECLI:NL:HR:2006:AY6631Hoge Raad, 28 november 2006 (strafrecht)

    Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 13 Overleveringswet (OLW). Rb weigerde overlevering omdat OvJ i.v.m. de namens de opgeëiste persoon aangevoerde redenen van humanitaire aard in redelijkheid…

  • ECLI:NL:HR:2006:AY6633Hoge Raad, 28 november 2006 (strafrecht)

    Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 13 Overleveringswet (OLW). Rb weigerde overlevering omdat OvJ i.v.m. de namens de opgeëiste persoon aangevoerde redenen van humanitaire aard in redelijkheid…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9893Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2017 (strafrecht)

    Uitlevering van een persoon met de Poolse nationaliteit naar Oekraïne ter fine van strafvervolging (uitspraak + advies). De rechtbank schetst de bevoegdheidsverdeling tussen enerzijds de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2006:AY5645Rechtbank Amsterdam, 20 juli 2006 (civiel recht)

    "Concurrerend EAB (Duitsland) en uitleveringsverzoek (Turkije). Artikelen 29 Overleveringswet en 20 en 35 Uitleveringswet. Geen gebod tot in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek en geen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.