Uitleveringswet

UW

Huidige tekst

Artikel 18 UW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een verzoek tot uitlevering kan slechts in overweging worden genomen, indien het voldoet aan de vereisten omschreven in de navolgende leden van dit artikel.

  2. 2

    Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan, hetzij langs diplomatieke weg, hetzij - voor zover het toepasselijke verdrag daarin voorziet - rechtstreeks door toezending aan Onze Minister.

  3. 3

    Het verzoek moet vergezeld gaan van: a.het origineel of een authentiek afschrift hetzij van een, voor tenuitvoerlegging vatbaar, tegen de opgeëiste persoon gewezen strafvonnis, hetzij van een door de daartoe bevoegde autoriteit van de verzoekende staat gegeven bevel tot zijn aanhouding, of van een stuk dat dezelfde rechtskracht heeft, een en ander opgemaakt in de vorm voorgeschreven door het recht van die staat, en betrekking hebbende op de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd; b.een uiteenzetting van de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, met een zo nauwkeurig mogelijke vermelding van de tijd en de plaats waarop deze zijn begaan; c.de tekst van de toepasselijke rechtsvoorschriften of, voorzover ongeschreven recht van toepassing is, een voor de beoordeling van het verzoek voldoende verklaring omtrent de inhoud van dat recht; d.de gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de identiteit van de opgeëiste persoon en - in geval van mogelijke twijfel daaromtrent - van zijn nationaliteit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:754Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Executieuitlevering naar Brazilië. Eerste middel bevat falende klacht over genoegzaamheid stukken. Tweede middel klaagt terecht dat mogelijkheid om in verzoekende staat…

  • ECLI:NL:HR:2026:499Hoge Raad, 31 maart 2026 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Nederlandse en Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. verdenking van handel in harddrugs en deelneming aan criminele organisatie. Genoegzaamheid van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:190Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Turkije. Eerste middel klaagt over verwerping verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM, omdat de opgeëiste persoon familie is…

  • ECLI:NL:PHR:2026:145Parket bij de Hoge Raad, 3 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan VS. Twee middelen opgeëiste persoon en één middel OM. Middelen opgeëiste persoon gaan over (1) mogelijkheid dat in strafzaak doodstraf zal worden opgelegd en…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29200Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026 (strafrecht)

    Uitlevering ontoelaatbaar verklaard, geen dubbele strafbaarheid, Turkije.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9327Rechtbank Amsterdam, 17 september 2026 (europees strafrecht)

    Uitleveringszaak Servië. Veroordeling bij verstek: artikel 3 van het Tweede Aanvullend Protocol bij het EUV en artikel 5, derde lid, UW staan niet aan uitlevering in de weg. Uitlevering toelaatbaar.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5481Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (strafrecht)

    De rechtbank verklaart toelaatbaar de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8723Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 september 2026 (strafrecht)

    uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van Turkije

179 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.