Invorderingswet 1990

IW

Huidige tekst

Artikel 36 IW

Geldt sinds 4 juli 2010

  1. 1

    Hoofdelijk aansprakelijk is voor de loonbelasting, de omzetbelasting, de accijns, de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak, de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen en de kansspelbelasting verschuldigd door een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dat volledig rechtsbevoegd is, voor zover het aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen: ieder van de bestuurders overeenkomstig het bepaalde in de volgende leden.

  2. 2

    Het lichaam als bedoeld in het eerste lid is verplicht om onverwijld nadat gebleken is dat het niet tot betaling van loonbelasting, omzetbelasting, accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, verbruiksbelasting van pruimtabak of snuiftabak, een van de in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde belastingen of de kansspelbelasting in staat is, daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de ontvanger en, indien de ontvanger dit verlangt, nadere inlichtingen te verstrekken en stukken over te leggen. Elke bestuurder is bevoegd om namens het lichaam aan deze verplichting te voldoen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de mededeling, de aard en de inhoud van de te verstrekken inlichtingen en de over te leggen stukken, alsmede de termijnen waarbinnen het doen van de mededeling, het verstrekken van de inlichtingen en het overleggen van de stukken dienen te geschieden.

  3. 3

    Indien het lichaam op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder aansprakelijk indien aannemelijk is, dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren, voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling.

  4. 4

    Indien het lichaam niet of niet op juiste wijze aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan, is een bestuurder op de voet van het bepaalde in het derde lid aansprakelijk, met dien verstande dat wordt vermoed dat de niet betaling aan hem is te wijten en dat de periode van drie jaren wordt geacht in te gaan op het tijdstip waarop het lichaam in gebreke is. Tot de weerlegging van het vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat het lichaam niet aan zijn in het tweede lid bedoelde verplichting heeft voldaan.

  5. 5

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bestuurder mede verstaan: a.de gewezen bestuurder tijdens wiens bestuur de belastingschuld is ontstaan; b.degene ten aanzien van wie aannemelijk is dat hij het beleid van het lichaam heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder, met uitzondering van de door de rechter benoemde bewindvoerder; c.indien een bestuurder van een lichaam een lichaam is in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen: ieder van de bestuurders van het laatstbedoelde lichaam.

  6. 6

    De tweede volzin van het vierde lid is niet van toepassing op de gewezen bestuurder.

  7. 7

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder belasting uitsluitend verstaan de belasting die het lichaam als inhoudingsplichtige of als ondernemer is verschuldigd.

  8. 8

    Indien de bestuurder van het lichaam ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van zijn schuld terzake, zijn de door die bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, vernietigbaar en kan de ontvanger deze vernietigingsgrond inroepen, indien aannemelijk is dat deze rechtshandelingen geheel of nagenoeg geheel met dat oogmerk zijn verricht. Artikel 45, leden 4 en 5, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:845Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1398Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1399Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (belastingrecht)

    Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via…

  • ECLI:NL:HR:2025:1128Hoge Raad, 11 juli 2025 (belastingrecht)

    Artikel 36 IW 1990. Arrest na prejudiciële beslissing HvJ (C-613/23, ECLI:EU:C:2024:961). Discretionaire bevoegdheid ontvanger? Meldingsregeling.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6673Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026 (belastingrecht)

    8:54 Rechtbank verklaart zich onbevoegd.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:671Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 maart 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbenden (een holding en haar directeur grootaandeelhouder) zijn aansprakelijk gesteld voor de omzetbelastingschuld van een BV, waarvan zij op grond van de Invorderingswet 1990 als bestuurder…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:2673Rechtbank Noord-Holland, 11 maart 2026 (belastingrecht)

    Art. 36 IW 1990. Aansprakelijkstelling bestuurder voor loonheffing- en omzetbelastingschulden. Is sprake van een rechtsgeldige melding betalingsonmacht? Kennelijk onbehoorlijk bestuur.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1495Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 mei 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang bij geruisloze inbreng. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door boekenonderzoek. Fictieve vervreemding door turboliquidatie.

578 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.